JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21071Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21071, Rechtbank Den Haag, 27-07-2026, NL26.39894 en NL26.39865 en NL26.39898 en NL26.39885 hersteluitspraak

Rechtbank Den HaagUitspraak: 27 juli 2026Publicatie: 28 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.39894 en NL26.39865 en NL26.39898 en NL26.39885 hersteluitspraak

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hersteluitspraak. Kennisgeving artikel 59, tweede lid, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat uit de vertrekgesprekken die zijn gevoerd met eisers niet volgt dat zij weigeren om mee te werken aan de uitzetting naar Bulgarije. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling dat eisers klaar waren voor hun vertrek op 23 juni 2026 en dat zij alle spullen hadden ingepakt. Daarnaast verklaart de dochter dat zij zich zorgen maken over de gezondheid van hun moeder en dat zij daarom willen dat er waarborgen zijn bij de vlucht naar Bulgarije. De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet valt af te leiden dat daarmee sprake is van een weigering van vertrek of anderszins een bewuste frustratie van de overdracht. Beroepen gegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL26.24787

Rechtbank Den Haag29 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4442

ECLI:NL:RVS:2026:4442, Raad van State, 29-07-2026, 202501268/1/R1

Raad van State29 jul 2026
~55geschat
Bekijk