JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20768Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:20768, Rechtbank Den Haag, 24-07-2026, NL26.38722

Rechtbank Den HaagUitspraak: 24 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.38722

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kennisgeving 59, lid 1 aanhef en onder a Vw. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in geval van eiser geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarnaast bestaat er wel een redelijk zicht op uitzetting naar Somalië. In geval van eiser staat op dit moment nog niet vast of eiser daadwerkelijk zal worden uitgezet onder begeleiding van escorts van de KMar. Het enkele feit dat eiser heeft aangegeven niet mee te werken aan terugkeer naar Somalië, maakt niet dat ervan moet worden uitgegaan dat escorts daadwerkelijk zullen worden ingezet. Mede gelet hierop ziet de rechtbank geen reden waarom de minister nu dient te onderbouwen met stukken dat de in de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, beschreven wijze van uitzetting daadwerkelijk mogelijk is. Er is daarom ook geen sprake van een schending van het beginsel van equality of arms. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk