ECLI:NL:RBDHA:2026:20717, Rechtbank Den Haag, 23-07-2026, NL26.38398
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kennisgeving artikel 59, lid 1 aanhef en onder a Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn zou zijn. Ter zitting heeft de minister verklaard, gelet op de lange duur van de laissez-passer aanvraag, contact te hebben opgenomen met de regievoerder en verzocht om voor de zaak van eiser extra aandacht te vragen. Desgevraagd heeft de regievoerder laten weten dat DIA verwacht de zaak van eiser eind deze maand of begin volgende maand met de consul van Egypte te bespreken. De minister mag enige tijd worden gegund om deze ontwikkeling af te wachten. De minister heeft gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld, voldoende voortvarend gehandeld. Bovendien rust ook op eiser een verplichting om actief en volledig mee te werken aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit. Beroep ongegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.