JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20717Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:20717, Rechtbank Den Haag, 23-07-2026, NL26.38398

Rechtbank Den HaagUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.38398

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kennisgeving artikel 59, lid 1 aanhef en onder a Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn zou zijn. Ter zitting heeft de minister verklaard, gelet op de lange duur van de laissez-passer aanvraag, contact te hebben opgenomen met de regievoerder en verzocht om voor de zaak van eiser extra aandacht te vragen. Desgevraagd heeft de regievoerder laten weten dat DIA verwacht de zaak van eiser eind deze maand of begin volgende maand met de consul van Egypte te bespreken. De minister mag enige tijd worden gegund om deze ontwikkeling af te wachten. De minister heeft gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld, voldoende voortvarend gehandeld. Bovendien rust ook op eiser een verplichting om actief en volledig mee te werken aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk