JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20716Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:20716, Rechtbank Den Haag, 23-07-2026, NL26.36790

Rechtbank Den HaagUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.36790

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vervolgberoep artikel 59a Vw. De rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de overdracht naar Oostenrijk. De minister moet enige tijd worden gegund om de overdracht van eiser te plannen en is daarbij eveneens afhankelijk van de aankondigingstermijn van Oostenrijk. Bovendien is de minister binnen de termijnen van artikel 45, derde lid, van de AMbV, waarin onder meer is bepaald dat in geval van bewaring de overdracht uiterlijk binnen vijf weken na het claimakkoord plaatsvindt, gebleven. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk