ECLI:NL:RBDHA:2026:20570, Rechtbank Den Haag, 17-07-2026, NL25.58902
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Asiel, VA, Turkije, Oeigoerse vrouw. Aanvraag afgewezen als ongegrond omdat eiseres vrees voor vervolging en reëel risico op ernstige schade niet bij terugkeer naar Turkije niet aannemelijk heeft gemaakt. Beroep gegrond. Arrest van het Hof, 4 juni 2026 (Ebilum) en arrest van het Hof van 4 juni 2026 (Quotal). De rechtbank is van oordeel dat zij beschikt over alle noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens om een bindende uitspraak te doen over de vraag of eiseres voldoet aan de voorwaarden voor internationale bescherming. Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, heeft eiseres aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Turkije een gegronde vrees heeft voor vervolging. Eiseres riskeert namelijk dat haar verblijfsvergunning wordt ingetrokken en dat zij, gelet op de landeninformatie, zal worden gedeporteerd naar China. Om die reden dient de minister aan eiseres internationale bescherming te verlenen als vluchteling. Ook beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt. In de huidige zaak heeft eiseres, net als in de zaken waar zij een beroep op doet, ook alleen de Chinese nationaliteit. Verder stelt de rechtbank vast dat de minister een dwangsom aan eiseres verschuldigd is.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.