ECLI:NL:RBDHA:2026:20524, Rechtbank Den Haag, 21-07-2026, NL26.34281
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Deze uitspraak gaat over de asielaanvraag van eiser. Eiser is staatloos en komt uit Gaza. Hij geeft aan in Gaza bescherming en bijstand van het VN-orgaan UNRWA te hebben gehad maar hiervoor niet meer in Gaza terecht te kunnen. Daarom moet hij als vluchteling worden erkend. Volgens verweerder kan Egypte voor eiser worden aangemerkt als veilig derde land. Daarom heeft hij de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van verweerder en draagt verweerder op om een asielvergunning te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank genoot eiser kort voor het indienen van zijn asielaanvraag in Nederland in Gaza bescherming en bijstand van UNRWA, maar kan UNRWA die bescherming en bijstand nu niet meer bieden. Daarom moet eiser als vluchteling worden erkend op grond van het Vluchtelingenverdrag.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.