JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20053Middel35/100

Verblijfsrecht Poolse burger beëindigd na veroordeling doodslag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20053, Rechtbank Den Haag, 08-06-2026, NL26.4102

Rechtbank Den HaagUitspraak: 8 juni 2026Publicatie: 20 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.4102
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Verblijfsrecht
Hoorplicht
Openbare Orde
Ongewenstverklaring
Eu Burger

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep tegen de beëindiging van verblijfsrecht en ongewenstverklaring. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat het gedrag van eiser een actuele bedreiging vormt. Geen strijd met artikel 8 van het EVRM. De minister heeft mogen afzien van horen in bezwaar. Beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Poolse EU-burger werd door de minister ongewenst verklaard en zijn verblijfsrecht beëindigd na een veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag en een eerdere veroordeling voor mishandeling. Eiser stapte naar de rechter om dit besluit aan te vechten.

Beslissing van de rechter

Op basis van de beschikbare tekst lijkt de rechtbank het beroep te beoordelen; een definitieve eindbeslissing is niet volledig weergegeven in de aangeleverde tekst. De minister heeft het verblijfsrecht beëindigd en de ongewenstverklaring gehandhaafd op grond van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving (Unierechtelijk openbare orde-criterium).

35van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een individuele toepassing van het Unierechtelijk openbare orde-criterium bij een EU-burger en de hoorplicht in bezwaar; deze kwesties zijn juridisch relevant maar niet baanbrekend nu de kaders al door hogere rechtspraak zijn gesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Eiser is EU-burger (Poolse nationaliteit) en valt daarmee onder het Unierechtelijk openbare orde-criterium voor verblijfsbeëindiging.
  • 2Veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag én een aanvullende veroordeling van 4 weken voor mishandeling zijn meegewogen.
  • 3Eiser stelt ten onrechte niet te zijn gehoord in bezwaar, met verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 6 juli 2022 over hoorplicht bij ingrijpende beslissingen.
  • 4Persoonlijke omstandigheden van eiser hebben de minister niet weerhouden van het besluit.
  • 5De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve rechterlijke beslissing niet volledig kan worden vastgesteld.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de toepassing van het Unierechtelijk openbare orde-criterium bij EU-burgers en de hoorplicht in bezwaar bij ingrijpende besluiten zoals ongewenstverklaring. De verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 6 juli 2022 kan relevant zijn voor de procedurele waarborgen bij dit soort besluiten.

Praktische impact

Voor eiser betekent het bestreden besluit onmiddellijke vertreklast uit Nederland en ongewenstverklaring, met ernstige gevolgen voor zijn verblijf en eventuele familiebanden. De uitkomst is vanwege de onvolledige tekst niet met zekerheid vast te stellen.

Onderwerp-impact

Voor EU-burgers met strafrechtelijke antecedenten biedt de zaak inzicht in hoe Nederlandse rechters het evenwicht wegen tussen openbare orde en verblijfsrechtelijke bescherming onder het Unierecht.

Samenvatting

In deze zaak bij de Rechtbank Den Haag staat centraal of de minister terecht het verblijfsrecht van een Poolse EU-burger heeft beëindigd en hem ongewenst heeft verklaard. Eiser, geboren in 1996, is op een onbekende datum naar Nederland gekomen en heeft zich aanvankelijk niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Hij werd op 29 december 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag. Daarnaast volgde op 23 juni 2025 een veroordeling tot vier weken gevangenisstraf voor mishandeling. Op basis van deze feiten heeft de minister geconcludeerd dat eisers persoonlijk gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, het Unierechtelijk openbare orde-criterium dat geldt voor EU-burgers. De minister heeft het verblijfsrecht beëindigd, eiser verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten en hem ongewenst verklaard. Persoonlijke omstandigheden hebben de minister niet tot een ander oordeel gebracht, en ook het beroep op het recht op bescherming van het familieleven heeft de minister verworpen. In beroep voert eiser aan dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar. Hij beroept zich daarvoor op de Afdelingsuitspraak van 6 juli 2022, waaruit volgt dat bij ingrijpende beslissingen met grote impact altijd een hoorplicht geldt. Tevens verwijst eiser naar een vergelijkbare uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 28 mei 2025. De aangeleverde tekst is onvolledig en bevat niet de definitieve rechterlijke beslissing, waardoor met enige onzekerheid moet worden geconstateerd dat de rechtbank zich nog moest uitspreken over zowel de inhoudelijke rechtmatigheid van het besluit als de procedurele kwestie omtrent de hoorplicht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 20 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1288Hoog
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1288, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01208

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
68/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied