Afghaanse vrouw krijgt geen uitstel van vertrek om medische redenen
ECLI:NL:RBDHA:2026:20041, Rechtbank Den Haag, 08-06-2026, NL25.53511
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om uitstel van vertrek op grond van medische redenen als bedoeld in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000. De minister mocht zijn besluit op het BMA-advies baseren. Niet gebleken dat terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk niet langer mogelijk is. Geen schending van artikel 8 van het EVRM en van de hoorplicht. Beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een Afghaanse vrouw (geboren 1991) vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ernstige medische klachten (PTSS, depressie, angststoornis). Haar asielaanvraag was eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het Verenigd Koninkrijk als veilig derde land gold. De minister weigerde het uitstel van vertrek.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard; de minister hoefde geen uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 Vw. Doorslaggevend was het BMA-advies waaruit blijkt dat bij uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie wordt verwacht en dat eiseres onder voorwaarden reisgeschikt is.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak op basis van een specifiek BMA-advies zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie over artikel 64 Vw en voegt geen nieuwe juridische norm toe.
Belangrijkste punten
- 1Asielaanvraag eerder niet-ontvankelijk verklaard wegens VK als veilig derde land; dit besluit staat in rechte vast
- 2BMA-advies van 18 november 2024 concludeert dat geen medische noodsituatie wordt verwacht bij uitblijven behandeling (termijn 3-6 maanden)
- 3Eiseres is onder voorwaarden reisgeschikt, mits begeleid door vertrouwenspersoon of psychiatrisch verpleegkundige
- 4Risico op toename suïcidaliteit bij gedwongen terugkeer naar VK wordt erkend maar leidt niet tot toewijzing artikel 64 Vw
- 5Geen griffierecht terug en geen proceskostenveroordeling
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een BMA-advies dat reisgeschiktheid onder voorwaarden aanneemt en geen medische noodsituatie verwacht, voldoende grondslag biedt voor afwijzing van artikel 64 Vw, ook bij ernstige psychiatrische problematiek. De drempel voor medisch uitstel van vertrek blijft hoog.
Praktische impact
Eiseres heeft geen recht op uitstel van vertrek en dient te vertrekken naar het Verenigd Koninkrijk; zij heeft vier weken de tijd om hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Onderwerp-impact
Voor vreemdelingen met psychiatrische klachten die uitstel van vertrek vragen, benadrukt deze uitspraak dat het enkele bestaan van PTSS, depressie of suïcidaliteitsrisico onvoldoende is voor toepassing van artikel 64 Vw zonder een concrete medische noodsituatie.
Samenvatting
Een Afghaanse vrouw, geboren in 1991, diende op 24 februari 2023 een asielaanvraag in in Nederland. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat het Verenigd Koninkrijk als veilig derde land werd aangemerkt. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank en een advies van Bureau Medisch Advisering (BMA) werd de aanvraag op 6 februari 2025 opnieuw niet-ontvankelijk verklaard; dit besluit staat inmiddels in rechte vast. Parallel hieraan vroeg eiseres op 15 oktober 2024 uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) wegens ernstige medische klachten: zij is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis, een recidiverende depressieve stoornis en een angststoornis, waarvoor zij actief in behandeling is. De minister weigerde het uitstel, opnieuw steunend op het BMA-advies van 18 november 2024. Uit dat advies volgt dat bij het uitblijven van behandeling op een termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie wordt verwacht. Eiseres wordt onder voorwaarden reisgeschikt geacht, mits begeleid door een vertrouwenspersoon of psychiatrisch verpleegkundige. Hoewel het advies een risico op toename van suïcidaliteit bij gedwongen terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk signaleert, is dit onvoldoende om de drempel voor artikel 64 Vw te halen. De centrale rechtsvraag was of de minister op goede gronden kon concluderen dat de medische situatie geen uitstel van vertrek rechtvaardigt. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en verklaart het beroep ongegrond. Noch het griffierecht wordt terugbetaald, noch worden proceskosten vergoed. Eiseres kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is in lijn met vaste jurisprudentie: artikel 64 Vw vereist een concrete medische noodsituatie, niet enkel ernstige psychische klachten of een reisrisico.