JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20004Laag8/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:20004, Rechtbank Den Haag, 08-07-2026, NL25.55365

Rechtbank Den HaagUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 20 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.55365

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Regulier. Eiseres heeft verzocht om een reguliere verblijfsvergunning met het verblijfsdoel tijdelijke humanitaire gronden. De minister heeft de aanvraag eerst afgewezen en daarna met de beslissing op het bezwaar van eiseres ingewilligd, omdat eiseres pas tijdens de hoorzitting heeft aangetoond dat zij aan de voorwaarden van de vergunning voldeed. De minister is dan ook uitgegaan van de datum van de hoorzitting als ingangsdatum van de verblijfsvergunning. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister ten onrechte de verblijfsvergunning heeft verleend met als ingangsdatum de datum van de hoorzitting. De minister had de verblijfsvergunning moeten verlenen met als ingangsdatum de datum van de aanvraag. Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:1293

ECLI:NL:HR:2026:1293, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02838

Hoge Raad17 jul 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBNNE:2026:2934Laag

ECLI:NL:RBNNE:2026:2934, Rechtbank Noord-Nederland, 17-07-2026, C/18/258233 KG 26-296

Rechtbank Noord-Nederland17 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1295Hoog
Contractenrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1295, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01368

Hoge Raad17 jul 2026DienstverleningTechnologie
62/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1288Hoog
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1288, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01208

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
68/100Bekijk