ECLI:NL:RBDHA:2026:19812, Rechtbank Den Haag, 17-07-2026, 26.4111
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vw 2000. Voorlopige voorziening. Opvang. Uitgeprocedeerde asielzoeker. AMV-buitenschuld. Verzoeker is een uitgeprocedeerde asielzoeker. De minister heeft de beoordeling van het AMV-buitenschuld beleid na de asielprocedure verricht. Bij het bestreden besluit is bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier o.g.v. dit beleid en is aan hem een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het COa heeft laten weten dat verzoeker geen aanspraak meer maakt op Rva-verstrekkingen en de opvang binnenkort moet verlaten. De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat opvang moet worden voortgezet totdat op het beroep is beslist. Weliswaar kan worden afgevraagd of de Vw 2000 en de Rva 2005 een grondslag bieden om in deze situatie opvang te verstrekken, maar dit is het gevolg van de handelwijze van de minister. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet voor rekening van verzoeker kan komen. Bovendien is niet gebleken dat het een bewuste keuze is van de minister en de wet- en regelgever om in deze gevallen geen opvang te bieden. Daar komt bij dat de verplichting zoals overwogen in het arrest Changu geldt.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.