JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:19811Laag8/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:19811, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.40510

Rechtbank Den HaagUitspraak: 10 juli 2026Publicatie: 17 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.40510

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep gegrond. De rechtbank constateert dat de minister in het bestreden besluit weliswaar concludeert dat eiser geen verblijfsvergunning krijgt op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw, omdat de geloofwaardig geachte asielmotieven niet te herleiden zijn tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. De minister heeft echter nagelaten om dit in het bestreden besluit te motiveren. De minister heeft namelijk niet inzichtelijk gemaakt waarom de door eiser gestelde feiten en omstandigheden niet leiden tot verlening van de vluchtelingenstatus.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk