JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:19599Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:19599, Rechtbank Den Haag, 13-07-2026, NL26.26117 einduitspraak

Rechtbank Den HaagUitspraak: 13 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.26117 einduitspraak

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Einduitspraak Dublin Frankrijk / BMA / C.K. / belang van het kind / beroep gegrond Verweerder verzoekt om een vovo om de overdrachtstermijn veilig te stellen. Dit verzoek wordt afgewezen omdat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen een rechtsmiddel van eiseres is om te bewerkstelligen dat zij de uitspraak op het beroep in NL mag afwachten. De feitelijke overdracht kan niet meer plaatsvinden tenzij er kort voor het verstrijken van de overdrachtstermijn een bevoegdheid tot verlengen van de UOD ontstaat. Verweerder trekt het besluit niet in zodat de rechtbank de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit moet beoordelen. De rechtbank komt tot de conclusie dat het (aanvullende) overdrachtsbesluit niet mag worden uitgevoerd. Het BMA-advies is niet inzichtelijk en kan daarom niet aan het (aanvullende) overdrachtsbesluit ten grondslag worden gelegd. De BMA-arts stelt de behandelaars een vraag om het suïcide-risico te kunnen beoordelen, krijgt daarop geen antwoord maar geeft desondanks een inhoudelijke beoordeling hiervan. Het BMA-advies is niet volledig omdat alleen de gevolgen van en reisvoorwaarden voor de feitelijke overdracht worden beoordeeld en niet alle feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot een 4 Handvest-risico. Het BMA-advies heeft alleen betrekking op eiseres, er is geen advies gevraagd over haar kinderen terwijl twee van haar kinderen kampen met forse psychische en medische problematiek. De opvatting dat alleen een BMA-advies hoeft te worden gevraagd als sprake is van ‘een actieve medische behandeling’ behelst een te beperkte uitleg van C.K. en is onverenigbaar met het absolute karakter van het refoulementverbod. Indien medische informatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van een bijzonder slechte gezondheidssituatie, zal moeten worden onderzocht wat de gevolgen van het overdrachtsbesluit zijn voor de gezondheid van de betreffende vreemdeling. De rechtbank verbiedt de overdracht omdat het refoulementrisico van eiseres en twee kinderen onvoldoende is onderzocht. De rechtbank overweegt ten overvloede dat indien de rechtbank de overdracht niet zou verbieden, de rechtbank zou hebben geconcludeerd dat, gelet op het beleid dat ten aanzien van 17 lid 1, Vo 604/2013 is gevoerd, onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van de bevoegdheid om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen en dat de uitkomst van de beoordeling bovendien onredelijk is. Verweerder heeft in deze procedure, hoewel verweerder niet ter zake deskundig is, afgezien van het laten verrichten van onderzoek naar het belang van de kinderen van eiseres. Verweerder dient daarom terughoudend te zijn in het (zelf) beoordelen wat ‘het belang van het kind’ is. De rechtbank stelt haar eigen oordeel niet in plaats van de beslissing van verweerder, maar stelt uitsluitend vast dat de beoordeling die verweerder heeft verricht onjuist is.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:1284Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1284, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01722

Hoge Raad17 jul 2026DienstverleningBouw
12/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19655Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19655, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL25.24312

Rechtbank Den Haag16 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBMNE:2026:4414Laag

ECLI:NL:RBMNE:2026:4414, Rechtbank Midden-Nederland, 16-07-2026, UTR 25/5836

Rechtbank Midden-Nederland16 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19578Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19578, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL25.56546

Rechtbank Den Haag16 jul 2026
5/100Bekijk