JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:19404Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:19404, Rechtbank Den Haag, 09-07-2026, NL26.7568

Rechtbank Den HaagUitspraak: 9 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.7568

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan ongeloofwaardig zijn. De rechtbank ziet, gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van eiseres, geen mogelijke motivering voor de minister om de seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan niet aan te nemen. De rechtbank acht het asielmotief dan ook geloofwaardig. De minister zal een nieuw besluit op de aanvraag van eiseres moeten nemen. Daarbij moet de minister uitgaan van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan. De minister moet een beoordeling maken van de zwaarwegendheid van dit asielmotief.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:19430Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19430, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL26.9174

Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19432Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19432, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL25.9055

Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19453Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:19453, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL26.8813

Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk