ECLI:NL:RBDHA:2026:18173, Rechtbank Den Haag, 01-07-2026, C/09/699132
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiser is de biologische vader van gedaagde. Gedaagde woont (bijna) zestien jaar in een woning die eiser in 2001 heeft gekocht. Eiser wil dat gedaagde deze woning verlaat, maar volgens gedaagde hebben partijen afgesproken dat deze woning aan hem zou worden overgedragen. De rechtbank komt tot het oordeel dat de afspraak tussen partijen inhield dat eiser de woning tijdelijk en voor niets aan gedaagde in gebruik heeft gegeven, waarbij ook eiser zelf en zijn andere (pleeg)kinderen van de woning gebruik mochten maken. Dit betekent dat, juridisch gezien, sprake is van een bruikleenovereenkomst. Eiser mocht deze bruikleenovereenkomst opzeggen, omdat gedaagde hem in 2024 uit de woning heeft gezet, hem de toegang tot de woning heeft ontzegd en omdat hij de woning zonder eisers toestemming ingrijpend heeft gewijzigd.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.