ECLI:NL:RBDHA:2026:11887, Rechtbank Den Haag, 13-05-2026, NL25.14394 en NL25.17936
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verweerder 1 heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft onderbouwd dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Eiseres heeft ernstige levensbedreigende aandoeningen doorgemaakt en zware medische behandelingen daarvoor ondergaan. De kans op recidief van deze aandoeningen is niet denkbeeldig, zo volgt uit de BMA-adviezen. Periodieke controles voor de duur van vijf jaar zijn geïndiceerd. Het uitblijven van deze controle kan leiden – op termijn – tot uitzaaiingen naar de longen, lever, botten en hersenen. Gelet op de ernst van de aandoeningen, de aard van de ingezette medische behandelingen, en de langdurige nacontroles die eiseres moet ondergaan bij zowel de hematoloog als de gynaecoloog, is de rechtbank in dit specifieke geval van oordeel dat het onevenredig bezwarend is voor eiseres dat verweerder 1 in bestreden besluit 1 heeft vastgehouden aan de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. De rechtbank vraagt zich dan ook af waarom in de specifieke omstandigheden van dit geval niet bijvoorbeeld is aangeknoopt bij de termijnen van de nacontroles die eiseres moet ondergaan bij de hematoloog en de gynaecoloog. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder 1 in het specifieke geval van eiseres onderzoek had moeten (laten) doen naar de behandelmogelijkheden op de Filipijnen. Nu het bestreden besluit 1 van verweerder 1 geen stand kan houden, kan het hieraan gekoppelde bestreden besluit 2 waarmee de Rva-verstrekkingen van eiseres zijn stopgezet ook geen stand houden.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.