JurispRadar
ECLI:NL:RBAMS:2026:7874Laag10/100

ECLI:NL:RBAMS:2026:7874, Rechtbank Amsterdam, 31-07-2026, C/13/790573

Rechtbank AmsterdamUitspraak: 31 juli 2026Publicatie: 4 augustus 2026
Zaaknummer:C/13/790573

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verwijst dit kort geding naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Eiser is een Nederlandse vennootschap. Gedaagden zijn in Duitsland woonachtige natuurlijke personen. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 109 Rv (woonplaats eiser) van toepassing is, omdat artikelen 99 tot en met 108 Rv geen exclusieve werking hebben. Dat is geen juiste lezing van artikel 109 Rv. Artikel 109 Rv bepaalt immers dat slechts indien de artikelen 99 tot en met 108 Rv geen bevoegde rechter aanwijzen, eiser kan terugvallen op artikel 109 Rv. In dit geval wijst artikel 102 Rv een bevoegde rechter aan, namelijk van de rechtbank in het arrondissement waar de gestelde onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden, Zeeland-West-Brabant.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk