JurispRadar
ECLI:NL:RBAMS:2026:7682Laag5/100

ECLI:NL:RBAMS:2026:7682, Rechtbank Amsterdam, 13-07-2026, 12176692

Rechtbank AmsterdamUitspraak: 13 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Zaaknummer:12176692

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Werknemer heeft zijn verzoekschrift niet binnen de in art. 7:686a lid 4 sub e BW bepaalde termijn van drie maanden ingediend, zodat hij in zijn verzoek tot toekenning van een aanzegvergoeding niet-ontvankelijk is. Het verzoek tot betaling van niet genoten vakantie- en overuren wordt, gelet op de gemotiveerde betwisting door werkgever, als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Ook het verzoek tot betaling van achterstallige vakantietoeslag wordt afgewezen: hoewel in de arbeidsovereenkomst een salaris exclusief vakantietoeslag is vermeld, moet worden aangenomen dat partijen feitelijk dat salaris inclusief vakantietoeslag zijn overeengekomen. Werknemer heeft gedurende de hele duur van het dienstverband volgens zijn (duidelijke) loonstroken salaris ontvangen waarin de vakantietoeslag was inbegrepen, en heeft hiertegen nooit bezwaar gemaakt of tijdig geklaagd.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk