Hoge Raad: late bezwaargrond maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar
ECLI:NL:HR:2026:907, Hoge Raad, 25-06-2026, 25/02700
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Inkomstenbelasting; art. 9.6 en 9.7 Wet IB 2001, art. 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, art. 25c AWR, art. 13 EVRM, art. 1 EP EVRM; Sprongcassatie, proefprocedure, evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, rechtstreekse toetsing, “Massaalbezwaarplusprocedure” over de vraag of ook niet-bezwaarmakers met een beroep op het arrest ECLI:NL:HR:2021:1963 alsnog in aanmerking kunnen komen voor vermindering van box 3-heffing.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige maakte te laat bezwaar tegen aanslagen en beriep zich op een arrest van 24 december 2021 als rechtvaardiging. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Belanghebbende ging in cassatie.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen. Doorslaggevend is dat een ná het verstrijken van de bezwaartermijn opgekomen reden — zoals een later gewezen arrest — de termijnoverschrijding niet alsnog verschoonbaar kan maken; het juiste beoordelingskader is of in redelijkheid tijdig bezwaar kon worden gemaakt.
Impactscore
HoogDe uitspraak komt van de Hoge Raad en bevestigt een principiële regel over verschoonbaarheid van termijnoverschrijding die relevant is voor een grote groep belastingplichtigen die de massaalbezwaarprocedure niet tijdig hebben gevolgd.
Belangrijkste punten
- 1Een na de bezwaartermijn opgekomen reden (zoals een later arrest) maakt een termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
- 2Het beoordelingskader voor verschoonbaarheid is of van belanghebbende in redelijkheid kon worden gevergd tijdig bezwaar te maken.
- 3De rechtbank heeft het juiste juridische kader gehanteerd; het feitelijke oordeel is in cassatie niet toetsbaar op juistheid.
- 4Het beroep op het EHRM-arrest Grobelny t. Polen faalt, omdat dat arrest berustte op bijzondere omstandigheden die in deze zaak niet zijn gesteld.
- 5De gewijzigde massaalbezwaarprocedure (vanaf 2016) vereist individueel bezwaar; betere overheidscommunicatie doet aan de termijnregel niet af.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad bevestigt dat het verschoonbaarheidsbegrip bij termijnoverschrijding strikt wordt uitgelegd: later opgekomen jurisprudentie biedt geen excuus. Dit versterkt de rechtszekerheid rond fatale bezwaartermijnen in het belastingrecht.
Praktische impact
Belastingplichtigen die de bezwaartermijn hebben laten verstrijken, kunnen zich niet alsnog beroepen op gunstige rechtspraak die na die termijn is gewezen; zij missen daarmee elk rechtsmiddel tegen de desbetreffende aanslag.
Onderwerp-impact
Voor belastingzaken in het kader van de (massa)bezwaarprocedure betekent dit dat individuele actie binnen de wettelijke termijn onmisbaar is, ongeacht latere ontwikkelingen in de jurisprudentie.
Samenvatting
In deze zaak had een belastingplichtige de wettelijke bezwaartermijn tegen een of meerdere belastingaanslagen overschreden. Als rechtvaardiging beriep belanghebbende zich op een arrest van 24 december 2021 — vermoedelijk een voor hem gunstige uitspraak die pas na het verstrijken van de termijn was gewezen. De rechtbank verwierp dit verweer en verklaarde de beroepen ongegrond, omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en er derhalve geen recht op vermindering van de aanslagen bestond. De centrale rechtsvraag in cassatie was of de rechtbank het juiste beoordelingskader had gehanteerd en of een na de bezwaartermijn verschenen arrest de overschrijding alsnog verschoonbaar kan maken. De Hoge Raad beantwoordt beide vragen in het nadeel van belanghebbende. Het juiste kader is of van de belastingplichtige in redelijkheid kon worden gevergd tijdig bezwaar te maken. Omdat die toets louter ziet op de situatie vóór en tijdens het verstrijken van de termijn, kan een later opgekomen reden — hoe relevant ook — de overschrijding niet met terugwerkende kracht verschoonbaar maken. Het beroep op het EHRM-arrest Grobelny t. Polen wordt eveneens verworpen: die beslissing was gebaseerd op bijzondere omstandigheden die een buitensporige individuele last opleverden, omstandigheden die in de onderhavige zaak niet zijn gesteld noch aangetoond. Tot slot honoreert de Hoge Raad het argument niet dat de overheid burgers beter had moeten informeren over de gevolgen van de gewijzigde massaalbezwaarprocedure per 2016, waarbij individueel bezwaar noodzakelijk werd. De uitspraak heeft aanzienlijke praktische betekenis: belastingplichtigen die destijds geen tijdig individueel bezwaar hebben ingediend, staan definitief met lege handen, ongeacht hoe gunstig de jurisprudentie zich nadien heeft ontwikkeld. Dit benadrukt het belang van proactief handelen binnen wettelijke termijnen.