Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond, verwijst naar zusterzaak
ECLI:NL:HR:2026:1696, Hoge Raad, 16-10-2026, 25/01949
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579
Kern van de zaak
Een partij heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De exacte feitelijke achtergrond en het onderwerp van het geschil zijn niet kenbaar uit de beschikbare tekst; de zaak hangt samen met de parallelle zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579), waaraan voor de motivering volledig wordt gerefereerd.
Beslissing van de rechter
Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard. De cassatiemiddelen falen op dezelfde gronden als uiteengezet in het op dezelfde dag gewezen arrest in de zusterzaak 25/01950; een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Impactscore
LaagHet arrest bevat geen zelfstandige rechtsontwikkeling en verwijst volledig naar een andere zaak; de impact is daarmee minimaal en enkel processueel van aard.
Belangrijkste punten
- 1Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond.
- 2Motivering geschiedt volledig door verwijzing naar zusterzaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579).
- 3Geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
- 4Uitspraak van het Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:633) vormt de bestreden beslissing.
- 5Inhoudelijke beoordeling van de middelen ontbreekt in dit arrest; de onderbouwing is uitsluitend te vinden in de zusterzaak.
Impactanalyse
Juridische impact
De juridische impact van dit arrest is beperkt zelfstandig vast te stellen, omdat alle inhoudelijke rechtsoordelen zijn neergelegd in de zusterzaak 25/01950; dit arrest heeft louter de betekenis van een bevestiging in een parallelle zaak.
Praktische impact
Voor de betrokken partij betekent de ongegrondverklaring dat de uitspraak van het Hof Den Haag in stand blijft en er geen verdere cassatiemogelijkheid openstaat.
Onderwerp-impact
Zonder kennis van het onderliggende geschil is de sector- of onderwerp-specifieke impact niet te bepalen; nader onderzoek van de zusterzaak is vereist.
Samenvatting
Op 16 oktober 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak met nummer 25/01949. De tekst van het arrest is uiterst beknopt: de cassatiemiddelen worden verworpen met een enkele verwijzing naar het op dezelfde dag gewezen arrest in de nauw verwante zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579). De feitelijke achtergrond van het geschil – wie de partijen zijn, wat het onderwerp van het conflict is en waarom cassatie werd ingesteld – is uit de beschikbare tekst niet kenbaar. Evenmin bevat het arrest een eigen inhoudelijke motivering; alle dragende rechtsoordelen zijn uitsluitend te vinden in de zusterzaak. Het Hof Den Haag had in eerste aanleg (als hogerberoepsinstantie) geoordeeld in de zaak die leidde tot ECLI:NL:GHDHA:2025:633; dat oordeel blijft door de ongegrondverklaring in stand. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, wat gebruikelijk is wanneer een cassatieberoep op dezelfde dag en in samenhang met een inhoudelijk arrest wordt afgedaan. De juridische en praktische betekenis van dit arrest is daarmee beperkt tot de vaststelling dat het cassatieberoep faalt en dat de uitspraak van het hof onherroepelijk is geworden. Voor een volledig beeld van de rechtsvragen die in dit geding speelden, is raadpleging van de zusterzaak 25/01950 onontbeerlijk. De analyse is op onderdelen onzeker door de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst.