ECLI:NL:HR:2026:1615, Hoge Raad, 06-10-2026, 26/00575
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk, waaronder) smartphone (voor mensen niet leesbare en niet analyseerbare) kopie van inhoud van smartphone wordt gemaakt (of poging daartoe wordt ondernomen) zonder dat aan maken van die kopie of poging daartoe rechterlijke toetsing voorafgaat? HR stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU en geeft i.v.m. lopende strafzaken voorlopig oordeel. HR komt tot voorlopig oordeel dat werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone (of poging daartoe wordt gedaan), niet onverenigbaar is met Unierecht, en dat eerste prejudiciële vraag van RC daarom ontkennend zou moeten worden beantwoord. Overige prejudiciële vragen van RC kunnen onbesproken blijven, maar HR ziet niettemin aanleiding om het volgende op te merken. In rechtspraak stelt HvJ EU, voor gevallen waarin toegang van bevoegde nationale autoriteiten tot persoonsgegevens het risico van ernstige of zelfs zeer ernstige inmenging in grondrechten van betrokkene met zich brengt, voorop dat deze toegang afhankelijk wordt gesteld van voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Volgens diezelfde rechtspraak moet deze onafhankelijke toetsing plaatsvinden voorafgaand aan elke poging tot verkrijgen van toegang tot betrokken gegevens, “behalve in naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen, waarin die toetsing op korte termijn dient plaats te vinden”. Naar voorlopig oordeel van HR is werkwijze van politie en justitie waarbij zonder voorafgaande machtiging van RC kopie wordt gemaakt van inhoud van inbeslaggenomen smartphone, niet onverenigbaar met Unierecht. Kopiëren van inhoud van smartphone kan daarom vooralsnog plaatsvinden zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Tegen die achtergrond zal slechts in uitzonderlijke situaties sprake kunnen zijn van spoedeisend geval waarin toegang tot betrokken gegevens wordt verkregen en inhoudelijk kennis wordt genomen van die gegevens zonder voorafgaande toetsing door rechter of onafhankelijk bestuursorgaan. Daarbij kan worden gedacht aan onmiddellijke bedreiging voor leven, fysieke integriteit of veiligheid van persoon of voor kritieke infrastructuur, terwijl voorafgaande mondelinge machtiging van RC (vgl. HR:2025:409) niet kan worden afgewacht. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan over prejudiciële vraag. CAG (strekking): beantwoording door HR van eerste prejudiciële vraag.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.