ECLI:NL:HR:2026:1476, Hoge Raad, 15-09-2026, 25/01736
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling (art. 350.1 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan strafgriffie Rb met als bijlage een appelschriftuur? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich geen appelschriftuur. Door raadsman in cassatie overgelegd stuk doet evenwel ernstig vermoeden dat appelschriftuur wel degelijk is ingediend. Het moet ervoor worden gehouden dat namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven is ingediend en dat deze na indiening in het ongerede is geraakt. Bijgevolg kan ’s hofs beslissing om verdachte met toepassing van art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b. niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.