ECLI:NL:HR:2026:1262, Hoge Raad, 14-07-2026, 24/02957
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Medeplegen wederrechtelijk verblijven op en zich toegang verschaffen tot haventerrein (d.m.v. inklimming), art. 138aa.1 jo. 138aa.2 en 138aa.3.b Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 2 maanden), art. 359.6 Sv. Heeft hof de oplegging van vrijheidsbenemende straf toereikend gemotiveerd? Hof heeft overwogen dat het bij strafoplegging afwijkt van uitgangspunt dat voor feit zoals bewezenverklaarde aan first offender een taakstraf in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Daaraan heeft hof enkel ten grondslag gelegd dat omstandigheid dat van verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, maakt dat kans dat hij zich zal onttrekken aan uitvoeren van taakstraf aanzienlijk is en voorwaardelijke gevangenisstraf weinig zinvol lijkt. Gelet op mededelingen van de op tz. in hoger beroep verschenen verdachte over zijn voornemen om in Nederland te verblijven, door raadsvrouw van verdachte gedaan verzoek om hem taakstraf op te leggen i.p.v. onvoorwaardelijke gevangenisstraf, en opgeven van kantooradres van raadsvrouw als adres waarop reclassering de verdachte voor uitvoering van taakstraf zal kunnen bereiken, heeft hof de oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf ontoereikend gemotiveerd. Strafmotivering voldoet daarmee niet aan de o.g.v. art. 359.6 Sv te stellen eisen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.