JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:124Middel38/100

Hoge Raad bevestigt verkorting 30%-regeling naar vijf jaar

ECLI:NL:HR:2026:124, Hoge Raad, 13-02-2026, 25/00146

Hoge RaadUitspraak: 13 februari 2026Publicatie: 27 januari 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00146
Belastingrecht
Arbeidsrelaties
Financiele Dienstverlening
Cassatie
Loonbelasting
30 Procent Regeling
Ingekomen Werknemers
Expatregeling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Loonbelasting; artikel 31a, lid 2, letter e en lid 7 (tekst 2019) Wet LB 1964; artikel XIV Belastingplan 2019; artikel 10ec UBLB; artikel 10ea, lid 1, UBLB, artikel 10ei, lid 1, UBLB , artikel 1 EP EVRM; artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM; artikel 26 IVBPR. Proefprocedures. Verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling, ook in gevallen waarin eerder een 30%-beschikking met langere looptijd is gegeven. Zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Staat looptijd 30 %-regeling onherroepelijk vast als geen bezwaar is gemaakt tegen beschikking?

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling van acht naar vijf jaar. De belastingplichtige betwistte de rechtmatigheid van deze wetswijziging die de fiscale faciliteit voor ingekomen werknemers beperkte.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam. Het middel faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, zonder dat de Hoge Raad aanleiding ziet voor een nadere motivering of proceskostenveroordeling.

38van 100

Impactscore

Middel

Hoewel de uitspraak afkomstig is van de Hoge Raad, betreft het een beknopte bevestiging van lagere rechtspraak zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de wetswijziging zelf was al breed bekend en de beslissing stelt geen nieuwe rechtsnormen.

Belangrijkste punten

  • 1De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de verkorting van de 30%-regeling van acht naar vijf jaar
  • 2Het middel faalt op gronden uit de conclusie van de A-G (onderdelen 10.5 t/m 10.9), zonder zelfstandige nadere motivering door de HR
  • 3Het Hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2024:3560) had de klacht over de verkorte looptijd al buiten bespreking gelaten
  • 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
  • 5De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de wetswijziging die de 30%-regeling beperkte

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad bevestigt dat de verkorting van de 30%-regeling naar vijf jaar juridisch houdbaar is, waarmee bestaande rechtsvragen over de terugwerkende kracht of overgangsrecht van deze wetswijziging in het nadeel van belastingplichtigen worden beslecht.

Praktische impact

Ingekomen werknemers die eerder de 30%-regeling voor een periode van acht jaar verwachtten, kunnen geen succesvol beroep doen op behoud van de langere looptijd; de verkorting tot vijf jaar staat definitief vast.

Onderwerp-impact

Voor internationale werknemers en hun werkgevers betekent deze uitspraak dat fiscale planning rondom de 30%-regeling definitief moet worden afgestemd op de vijfjaarsperiode, zonder verdere juridische ruimte voor herstel van de oude looptijd.

Samenvatting

In deze zaak stond de rechtmatigheid van de verkorting van de 30%-regeling centraal. De 30%-regeling is een fiscale faciliteit die werkgevers toestaat om aan ingekomen werknemers een onbelaste vergoeding van 30% van het loon te verstrekken voor extraterritoriale kosten. De wetgever heeft de maximale looptijd van deze regeling teruggebracht van acht naar vijf jaar, een maatregel die bij meerdere belastingplichtigen tot juridische procedures heeft geleid. De belastingplichtige in deze zaak had eerder een rechtszaak gevoerd bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de klachten over de verkorte looptijd had verworpen dan wel buiten bespreking had gelaten. Daartegen werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond. De Raad volgt daarbij de uitvoerige conclusie van de Advocaat-Generaal (ECLI:NL:PHR:2025:1239), meer specifiek de onderdelen 10.5 tot en met 10.9 daarvan, zonder een zelfstandige nadere motivering toe te voegen. Dit is een toepassing van de zogenoemde verkorte motivering op grond van artikel 81 RO, waarbij de Hoge Raad aangeeft dat het middel niet tot cassatie kan leiden en verdere motivering niet noodzakelijk is. De uitspraak bevestigt de houdbaarheid van de wetswijziging die de 30%-regeling beperkte. Voor de praktijk betekent dit dat werknemers en werkgevers die vertrouwden op de oude achtjaarsperiode geen rechterlijk herstel meer kunnen verwachten. De beslissing sluit aan bij een bredere lijn waarbij rechters de wettelijke beperking van fiscale expatfaciliteiten als rechtmatig aanmerken. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden