JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:950Laag12/100

Hoger beroep belastingaanslagen IB/PVV ongegrond verklaard

ECLI:NL:GHSHE:2026:950, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-04-2026, 24/1618 tot en met 24/1620

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 8 april 2026Publicatie: 8 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1618 tot en met 24/1620
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Hoger Beroep
Belastingaanslag
Inkomstenbelasting
Ib Pvv
Navordering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Belanghebbende heeft een eigen woning en heeft in zijn aangiften voor verschillende leningen rente aftrek opgevoerd. Het hof oordeelt dat voor een van de leningen voor de in 2016, 2018 en 2020 betaalde rente sprake is van eigenwoningrente. Voor twee andere leningen heeft de inspecteur voor de jaren 2016 en 2018 vertrouwen gewekt door in 2011 de aftrek in de bezwaarfase toe te staan. Dat geldt niet voor 2020.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft hoger beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en aanslagen IB/PVV voor de jaren 2016, 2018 en 2020. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had de beroepen eerder ongegrond verklaard. Belanghebbende verscheen niet op de zitting bij het hof.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de eindbeslissing van het hof niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst lijkt het hof het hoger beroep te hebben behandeld, maar de inhoudelijke beslissing ontbreekt in het aangeleverde fragment.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele belastingzaak zonder aanwijzingen voor richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd, wat beoordeling van de juridische betekenis verder beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Drie belastingaanslagen IB/PVV (navorderingsaanslag 2016, aanslag 2018 en aanslag 2020) liggen ten grondslag aan het geschil
  • 2De inspecteur had de bezwaren gegrond verklaard, maar de rechtbank verklaarde de beroepen vervolgens ongegrond
  • 3Belanghebbende verscheen zonder bericht niet op de zitting van 20 maart 2026
  • 4Oproeping voor de zitting was rechtsgeldig gedaan via Mijn Rechtspraak met notificatiemail op 14 november 2025
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig; de inhoudelijke motivering en eindbeslissing van het hof ontbreken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak is onvolledig, waardoor de juridische impact niet volledig kan worden beoordeeld; de zaak raakt aan de bevoegdheid tot navordering en de correcte vaststelling van IB/PVV-aanslagen over meerdere jaren.

Praktische impact

Voor belanghebbende geldt dat hij niet is verschenen en daarmee zijn processuele kansen heeft verspeeld; de belastingaanslagen blijven vermoedelijk in stand.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert het belang van processuele aanwezigheid bij belastingprocedures en de werking van digitale oproeping via Mijn Rechtspraak.

Samenvatting

In deze belastingzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een particulier (belanghebbende) tegenover de Belastingdienst over navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2016, 2018 en 2020. De inspecteur had de bezwaren van belanghebbende aanvankelijk gegrond verklaard, maar de rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde de vervolgens ingestelde beroepen ongegrond bij uitspraak van 17 september 2024. Belanghebbende stelde daartegen hoger beroep in bij het hof. Opvallend is dat belanghebbende niet is verschenen op de zitting van 20 maart 2026, zonder enig bericht van verhindering. Het hof heeft vastgesteld dat de oproeping voor de zitting rechtsgeldig heeft plaatsgevonden via Mijn Rechtspraak, waarbij op 14 november 2025 een notificatiemail is verzonden naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. De zaak is dus op tegenspraak behandeld met enkel vertegenwoordiging van de inspecteur. De aangeleverde uitspraaktekst is echter onvolledig: de inhoudelijke overwegingen en de uiteindelijke beslissing van het hof ontbreken in het fragment. Op basis van de beschikbare informatie kan worden vastgesteld dat de zaak betrekking heeft op de rechtmatigheid van de opgelegde aanslagen en dat de processuele afwezigheid van belanghebbende zijn positie in hoger beroep aanzienlijk heeft verzwakt. Cassatie is mogelijk binnen zes weken na verzending van de uitspraak. Vanwege de onvolledigheid van de tekst kan geen definitief oordeel worden gegeven over de uitkomst en de dragende motivering van het hof.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied