JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:949Laag18/100

Hoger beroep belastingaanslag IB/PVV 2020 ongegrond verklaard

ECLI:NL:GHSHE:2026:949, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-04-2026, 25/752

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 8 april 2026Publicatie: 8 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/752
Belastingrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Financiele Dienstverlening
Hoger Beroep
Belastingaanslag
Partneralimentatie
Echtscheiding
Ib Pvv

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

IB/PVV, persoonsgebonden aftrek, belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De inspecteur heeft de door belanghebbende in de aangifte opgenomen persoonsgebonden aftrek gecorrigeerd. In (hoger) beroep stelt belanghebbende recht te hebben op persoonsgebonden aftrek vanwege kosten van levensonderhoud van zijn ex-partner. Het hof oordeelt, in lijn met de rechtbank, dat de door belanghebbende gestelde kosten niet voor aftrek in aanmerking komen. Het hof oordeelt verder dat de inspecteur het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen niet te hoog heeft vastgesteld.

Kern van de zaak

Belanghebbende, gescheiden in 2021, kreeg een aanslag IB/PVV 2020 opgelegd door de Belastingdienst. Na een ongegrond bezwaar en ongegrond beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde hij hoger beroep in bij het hof. De zaak heeft vermoedelijk betrekking op de fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie in het licht van gewijzigde alimentatieverplichtingen.

Beslissing van de rechter

Het hof heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarmee de aanslag IB/PVV 2020 in stand blijft. De uitspraak is op 8 april 2026 in het openbaar gedaan; de volledige motivering is door de onvolledige tekst niet volledig te reconstrueren.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele belastingzaak bij een gerechtshof zonder breed kenbare precedentwerking; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische reikwijdte niet volledig beoordeeld kan worden.

Belangrijkste punten

  • 1Aanslag IB/PVV 2020 opgelegd door de Belastingdienst; bezwaar en beroep bij de rechtbank eerder ongegrond verklaard.
  • 2De zaak hangt vermoedelijk samen met partneralimentatie: echtscheiding uitgesproken op 5 november 2021, alimentatiebeschikking later herzien door het hof op 5 oktober 2023.
  • 3Hoger beroep bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch eveneens ongegrond verklaard.
  • 4Beide partijen kunnen binnen zes weken na verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
  • 5De volledige motivering van het hof is niet beschikbaar door een onvolledige uitspraaktekst; beoordeling is daardoor beperkt.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de aanslag IB/PVV 2020 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente; de exacte rechtsvraag (vermoedelijk aftrek partneralimentatie) kon wegens onvolledige tekst niet volledig worden vastgesteld. De uitspraak is van beperkt precedentwaarde zonder volledig beschikbare motivering.

Praktische impact

Belanghebbende slaagt er niet in de aanslag IB/PVV 2020 te laten verminderen; hij kan eventueel nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzenddatum.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen in echtscheidingssituaties onderstreept deze zaak het belang van de tijdige en correcte fiscale verwerking van alimentatieverplichtingen, ook wanneer die achteraf door de rechter worden herzien.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2020 centraal. Belanghebbende was in 2020 gehuwd; de echtscheiding werd uitgesproken op 5 november 2021 door de rechtbank Oost-Brabant. In diezelfde beschikking werd een partneralimentatieverplichting voor belanghebbende vastgesteld, die later — bij beschikking van het gerechtshof van 5 oktober 2023 — werd herzien. De fiscale verwerking van deze alimentatieverplichting vormt vermoedelijk de kern van het geschil met de Belastingdienst, al kan dit wegens de onvolledige uitspraaktekst niet met zekerheid worden vastgesteld. Na een ongegrond bezwaar bij de inspecteur en een ongegrond beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant (uitspraak 31 maart 2025) stelde belanghebbende hoger beroep in bij het hof. Ter zitting van 11 maart 2026 zijn zowel belanghebbende als twee vertegenwoordigers van de Belastingdienst verschenen. Het hof heeft het hoger beroep op 8 april 2026 ongegrond verklaard, waarmee de aanslag IB/PVV 2020 — inclusief de belastingrente — in stand blijft. De doorslaggevende motivering van het hof is door de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst niet te reconstrueren. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. De uitspraak heeft beperkte precedentwaarde en ziet op een individueel geval; voor belastingplichtigen in vergelijkbare echtscheidingssituaties benadrukt zij wel het belang van een zorgvuldige fiscale verwerking van alimentatieverplichtingen, zeker wanneer die in een later stadium rechterlijk worden gewijzigd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied