Inspecteur betwist wettelijke rente bij box 3 rechtsherstel
ECLI:NL:GHSHE:2026:325, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-02-2026, 24/545
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De rechtbank heeft het belastbaar inkomen box 3 verminderd en daarbij de inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van wettelijke rente over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing en de datum van terugbetaling daarvan. Onder verwijzing naar het arrest van de HR van 6 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:756) heeft het hof geoordeeld dat de wettelijke rente over het bedrag van de belastingvermindering, gerekend vanaf de betaling daarvan, het bedrag van de belastingvermindering niet kan hebben overschreden, hetgeen leidt tot de conclusie dat met de vermindering van de aanslag voldoende rechtsherstel is geboden en dat geen aanleiding bestaat om een vergoeding van rente aan belanghebbende toe te kennen. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Kern van de zaak
De Belastingdienst heeft voor 2018 box 3-belasting geheven over een hoger bedrag dan het werkelijke rendement. De rechtbank verlaagde de aanslag met €4.642 en kende wettelijke rente toe. De inspecteur gaat in hoger beroep uitsluitend tegen de rentevergoeding.
Beslissing van de rechter
Het geschil betreft uitsluitend de vraag of de inspecteur wettelijke rente moet vergoeden over de periode tussen betaling van de onrechtmatig geheven box 3-belasting en de terugbetaling daarvan. Op basis van het HR-arrest van 6 juni 2024 dient bij een EVRM-inbreuk door box 3-heffing rechtsherstel te worden geboden; de volledige inhoudelijke beslissing ontbreekt in de aangeleverde tekst, maar de inspecteur richt zijn hoger beroep specifiek op vernietiging van de rentebeslissing.
Impactscore
MiddelDe zaak volgt de reeds uitgezette lijn van de Hoge Raad inzake box 3 en betreft een deelgeschil over wettelijke rente; relevant voor lopende box 3-zaken maar niet richtinggevend op zichzelf.
Belangrijkste punten
- 1Rechtbank verlaagde box 3-aanslag 2018 met €4.642 wegens strijd met EVRM/EP
- 2Rechtbank kende wettelijke rente toe over periode van betaling tot terugbetaling
- 3Inspecteur gaat uitsluitend in hoger beroep tegen de rentevergoeding, niet de aanslageductie
- 4Hof baseert zich op HR-arrest 6 juni 2024 inzake box 3-rechtsherstel
- 5Zitting is achterwege gebleven; partijen wensten niet mondeling te worden gehoord
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de vraag in hoeverre bij box 3-rechtsherstel ook wettelijke rente verschuldigd is als component van volledig herstel van de EVRM-schending. Dit sluit aan bij de lijn van HR 6 juni 2024.
Praktische impact
Voor belanghebbende staat een rentevergoeding op het spel over de onrechtmatig geheven belasting van €4.642; de uitkomst kan relevant zijn voor vergelijkbare box 3-geschillen waar rente wordt gevorderd.
Onderwerp-impact
Voor box 3-belastingplichtigen die al rechtsherstel hebben gekregen, is de vraag of ook wettelijke rente toekent een financieel relevante vervolgvraag die in vele lopende zaken speelt.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de box 3-heffing over het jaar 2018 centraal. De inspecteur had een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd waarbij het voordeel uit sparen en beleggen hoger was vastgesteld dan het werkelijke rendement behaald door de belastingplichtige. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit box 3 van nihil – een vermindering van €4.642 – én de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de periode tussen de betaling van de onrechtmatig geheven belasting en de terugbetaling daarvan. Dit laatste onderdeel, de rentevergoeding, is het enige geschilpunt in hoger beroep: de inspecteur accepteert de aanslageductie maar betwist dat hij ook wettelijke rente moet vergoeden. Het juridische kader wordt gevormd door het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024, waarin is bepaald dat wanneer box 3-belasting is geheven over een hoger bedrag dan het werkelijke rendement, er sprake is van een inbreuk op het EVRM en het Eerste Protocol daarbij, en dat hiervoor rechtsherstel moet worden geboden door de aanslag dienovereenkomstig te verminderen. De centrale rechtsvraag in dit hoger beroep is of dit rechtsherstel zich ook uitstrekt tot het vergoeden van wettelijke rente als vergoeding voor de schade die de belastingplichtige heeft geleden doordat hij de onverschuldigd betaalde belasting gedurende een bepaalde periode niet kon gebruiken. De volledige beslissing van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het hof heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De uitkomst is relevant voor de vele vergelijkbare box 3-geschillen die nog lopen.