JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:2075Laag18/100

Hoorrecht WOZ niet geschonden: geen verzoek ingediend

ECLI:NL:GHSHE:2026:2075, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-07-2026, 24/1280

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1280
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
Heffingsambtenaar
Bezwaarfase
Hoorrecht
Woz Beschikking
Aangetekende Verzending

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Belanghebbende maakt bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor 2023. In hoger beroep stelt hij dat hij geen uitnodiging voor de rechtbankzitting heeft ontvangen en dat het hoorrecht in de bezwaarfase is geschonden. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de oproeping, zoals door de rechtbankgriffier is verklaard, te twijfelen. Bovendien is belanghebbende zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft hij niet toegelicht welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Daarnaast oordeelt het hof dat het hoorrecht in bezwaar niet is geschonden, omdat belanghebbende geen verzoek om een hoorzitting heeft gedaan. De WOZ-waarde is naar het oordeel van het hof niet te hoog vastgesteld. Hoger beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige stelt dat zijn hoorrecht in de bezwaarfase tegen een WOZ-beschikking is geschonden. Hij voert aan dat hij telefonisch om een hoorgesprek heeft verzocht en dat hij niet correct was uitgenodigd voor de rechtbankzitting. De heffingsambtenaar betwist het telefonische verzoek.

Beslissing van de rechter

Het hof verklaart het beroep ongegrond. Het hoorrecht is niet geschonden omdat de wet bij WOZ-beschikkingen een verzoek van de belanghebbende vereist, en belanghebbende noch schriftelijk noch aantoonbaar telefonisch om een hoorzitting heeft verzocht. De uitnodiging voor de rechtbankzitting is voorts op juiste wijze bezorgd.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen vaste jurisprudentie over het verzoekgebonden hoorrecht bij WOZ-beschikkingen en stelt geen nieuwe rechtsregels; de betekenis blijft beperkt tot bevestiging van bestaand recht.

Belangrijkste punten

  • 1Bij WOZ-beschikkingen geldt een verzoekgebonden hoorrecht: de heffingsambtenaar is alleen verplicht te horen als de belanghebbende daar uitdrukkelijk om vraagt.
  • 2Het bezwaarschrift bevatte geen verzoek om te worden gehoord; de gestelde telefonische aanvraag werd niet onderbouwd met bewijs.
  • 3De aangetekende uitnodiging voor de rechtbankzitting is aantoonbaar bezorgd op het door belanghebbende opgegeven adres (PostNL-bevestiging d.d. 5 juni 2024).
  • 4Belanghebbende is ook niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft nagelaten te verduidelijken welk gevolg een eventuele schending zou moeten hebben.
  • 5Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bezorginformatie van PostNL.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat het hoorrecht bij WOZ-beschikkingen een 'verzoekmodel' volgt: zonder aantoonbaar verzoek van de belastingplichtige bestaat geen hoorplicht voor de heffingsambtenaar. Stelplicht en bewijslast voor een telefonisch verzoek rusten op de belanghebbende.

Praktische impact

Belastingplichtigen die bezwaar maken tegen een WOZ-beschikking moeten hun verzoek om gehoord te worden schriftelijk en aantoonbaar indienen; een niet-gedocumenteerd telefonisch contact volstaat niet als bewijs.

Onderwerp-impact

Voor gemeenten en heffingsambtenaren bevestigt de uitspraak dat zij bij WOZ-bezwaren zonder uitdrukkelijk hoorverzoek niet ambtshalve een hoorzitting hoeven te plannen, hetgeen de uitvoeringspraktijk vereenvoudigt.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of het hoorrecht van een belastingplichtige was geschonden in het kader van een bezwaar tegen een WOZ-beschikking. De belanghebbende stelde ten eerste dat hij niet correct was uitgenodigd voor de zitting bij de rechtbank, en ten tweede dat de heffingsambtenaar hem had moeten horen in de bezwaarfase. Het hof verwierp beide stellingen. Ten aanzien van de uitnodiging stelde het hof vast dat de griffier de uitnodigingsbrief aangetekend had verzonden naar het door belanghebbende zelf opgegeven adres, en dat uit informatie van PostNL bleek dat de brief op 5 juni 2024 daadwerkelijk was bezorgd. Het hof had geen reden om hieraan te twijfelen. Dat belanghebbende ook bij de hofzitting niet verscheen en niet heeft aangegeven wat het gevolg van een eventuele schending zou moeten zijn, versterkte dit oordeel. Ten aanzien van het hoorrecht in de bezwaarfase verwees het hof naar de wettelijke regeling: bij WOZ-beschikkingen geldt een verzoekgebonden hoorrecht, wat betekent dat de heffingsambtenaar uitsluitend verplicht is een hoorzitting te organiseren indien de belanghebbende daarom vraagt. Uit het bezwaarschrift bleek geen dergelijk verzoek. De stelling dat telefonisch om een hoorgesprek was verzocht, werd niet met enig bewijs onderbouwd, en de heffingsambtenaar betwistte dit. Nu ook op geen andere wijze was gebleken van een hoorgesprekverzoek, oordeelde het hof dat van schending van het hoorrecht geen sprake was. De uitspraak bevestigt daarmee de geldende praktijk: belastingplichtigen dienen hun verzoek om gehoord te worden aantoonbaar en bij voorkeur schriftelijk te doen, willen zij later succesvol een beroep kunnen doen op schending van het hoorrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1455Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1455, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00281

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied