JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1933Laag28/100

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende recente machtiging

ECLI:NL:GHSHE:2026:1933, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2026, 23/1847

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:23/1847
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Machtiging
Belastingprocedure
Gemachtigde
Artikel 8 24 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een recente machtiging; e-mail correspondentie kwalificeert niet als machtiging.

Kern van de zaak

Een partij stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch via een gemachtigde die geen advocaat is. Het hof vroeg een recente schriftelijke machtiging op grond van artikel 8:24 lid 2 Awb. De gemachtigde legde deze niet over binnen de gestelde termijn.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden is dat de gemachtigde, ondanks een daartoe gestelde termijn, heeft nagelaten een recente schriftelijke machtiging te overleggen, hetgeen een onherstelbaar verzuim in de zin van artikel 6:6 Awb oplevert.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen de bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad over artikel 8:24 lid 2 Awb en stelt geen nieuwe rechtsregels. De praktische impact beperkt zich tot de betrokken partij en dient vooral als bevestiging van bekende procedurele spelregels.

Belangrijkste punten

  • 1De bestuursrechter mag op grond van artikel 8:24 lid 2 Awb een recente machtiging verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is, zonder dat hij daarvoor concrete twijfel aan de bevoegdheid hoeft te motiveren.
  • 2Het niet-overleggen van de gevraagde recente machtiging binnen de gestelde termijn levert een verzuim op als bedoeld in artikel 6:6 Awb.
  • 3Niet-ontvankelijkverklaring is slechts mogelijk indien de indiener een redelijke hersteltermijn heeft gekregen én het verzuim niet verschoonbaar is.
  • 4De regels voor machtiging in eerste aanleg gelden via de schakelbepalingen (artikelen 6:24, 8:108 lid 1 Awb en artikel 29 AWR) ook in hoger beroep in belastingzaken.
  • 5Er is geen proceskosten­veroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat bestuursrechters zonder nadere motivering een recente machtiging mogen opvragen bij niet-advocaat gemachtigden, ook in hoger beroep in belastingzaken via de toepasselijke schakelbepalingen. Dit versterkt de procedurele poort voor vertegenwoordiging door belastingadviseurs en andere niet-advocaat gemachtigden.

Praktische impact

Niet-advocaat gemachtigden (zoals belastingadviseurs) dienen er rekening mee te houden dat zij op elk moment van de procedure een actuele, schriftelijke machtiging moeten kunnen overleggen; het nalaten hiervan leidt onherroepelijk tot niet-ontvankelijkheid van het ingestelde rechtsmiddel.

Onderwerp-impact

In belastingzaken waarbij belastingadviseurs als gemachtigde optreden, vergroot dit uitspraak het risico dat inhoudelijk kansrijke zaken sneuvelen op processuele drempels rondom vertegenwoordiging.

Samenvatting

In deze procedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond de ontvankelijkheid van een hoger beroep in een belastingzaak centraal. De appellant liet zich vertegenwoordigen door een gemachtigde die geen advocaat is. Het hof verzocht op grond van artikel 8:24 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om overlegging van een recente schriftelijke machtiging, een bevoegdheid die de bestuursrechter toekomt zonder dat hij daarvoor aanwijzingen van geëindigde vertegenwoordigingsbevoegdheid nodig heeft of zijn verzoek nader moet motiveren. De gemachtigde voldeed niet aan dit verzoek binnen de daartoe gestelde termijn, hetgeen het hof kwalificeerde als een verzuim in de zin van artikel 6:6 Awb. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarbij overwoog het uitdrukkelijk dat niet-ontvankelijkverklaring wegens dit verzuim alleen mogelijk is indien de indiener een redelijke hersteltermijn heeft ontvangen én er geen grond is om het verzuim verschoonbaar te achten. Aan beide voorwaarden was voldaan: een hersteltermijn was geboden en bijzondere omstandigheden die het verzuim verschoonbaar maakten, deden zich niet voor. Via de schakelbepalingen van de artikelen 6:24 en 8:108 lid 1 Awb en artikel 29 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gelden dezelfde regels in hoger beroep als in eerste aanleg. De uitspraak is procedureel van aard en bevestigt de bestaande rechtspraak op dit punt. Zij heeft geen inhoudelijk oordeel over de belastingkwestie zelf. Voor de praktijk is zij een herinnering dat niet-advocaat gemachtigden — zoals belastingadviseurs — steeds een actuele, schriftelijke machtiging paraat moeten hebben en tijdig moeten overleggen wanneer de rechter daarom vraagt, op straffe van niet-ontvankelijkheid. Cassatie bij de Hoge Raad is nog mogelijk binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1455Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1455, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00281

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied