JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1536Laag18/100

Belastingplichtige krijgt deels aftrek zorgkosten en giften toegewezen

ECLI:NL:GHSHE:2026:1536, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-06-2026, 25/27

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 10 juni 2026Publicatie: 11 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/27
Belastingrecht
Overheid
Zorg
Bewijslast
Inkomstenbelasting
Bezwaarprocedure
Giftenaftrek
Zorgkosten Aftrek

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 6.17 e.v. Wet IB 2001 en artikel 6.32 e.v. Wet IB 2001. Specifieke zorgkosten. Giften. De inspecteur neemt ter zitting van het hof uit coulance het standpunt in dat een hoger bedrag wegens uitgaven voor vervoer in verband met ziekte en invaliditeit kan worden toegekend. Belanghebbende heeft de overige door hem geclaimde kosten en giften die uitkomen boven de drempel niet aannemelijk gemaakt.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting waarbij de inspecteur aftrekposten voor specifieke zorgkosten, premies inkomensvoorzieningen en giften had geweigerd. Na jarenlange correspondentie en aanlevering van bewijsstukken via USB-sticks heeft de inspecteur het bezwaar deels gegrond verklaard. De zaak ligt nu voor bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Beslissing van de rechter

Het bezwaar is door de inspecteur gegrond verklaard voor een deel van de opgevoerde aftrekposten: specifieke zorgkosten worden gedeeltelijk toegewezen (onder andere € 106 voor door arts voorgeschreven medicijnen) en een gift-aftrek van € 231 wordt alsnog toegekend, zij het abusievelijk zonder toepassing van de drempel. De doorslaggevende reden voor toewijzing is dat belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bepaalde uitgaven voldoen aan de wettelijke vereisten.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke toepassing van bestaande regels omtrent aftrek van specifieke zorgkosten en giften in de inkomstenbelasting zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is sterk casusgericht en heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Belanghebbende heeft bewijsstukken aangeleverd via USB-sticks (USB-stick 1 voor 2015 en USB-stick 2 ontvangen op 21 december 2020) ter onderbouwing van zorgkosten, giften en premies.
  • 2De COVID-19-maatregelen hebben de voortgang van het overleg tussen partijen vertraagd, waardoor informatieverstrekking en bespreking van de geschilpunten later plaatsvonden.
  • 3De inspecteur heeft alsnog aftrek toegekend voor medicijnen (€ 106) die aantoonbaar door een arts zijn voorgeschreven en contant zijn betaald.
  • 4De gift-aftrek van € 231 is abusievelijk toegekend zonder toepassing van de wettelijke drempel, wat een procedurefout betreft.
  • 5De uitspraak ziet op belastingjaar 2015, wat duidt op een zeer langdurige bezwaarprocedure van meerdere jaren.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat voor aftrek van specifieke zorgkosten en giften concrete bewijsstukken vereist zijn die aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, zoals een artsvoorschrift voor medicijnen. Het abusievelijk niet toepassen van de drempel voor giften illustreert het belang van zorgvuldige toepassing van de aftrekdrempels in de Wet IB 2001.

Praktische impact

Belastingplichtigen die specifieke zorgkosten en giften willen aftrekken, dienen gedetailleerde en goed gedocumenteerde bewijsstukken bij te houden en aan te leveren; bonnen, bankafschriften en medische verklaringen zijn daarbij essentieel. De zeer lange doorlooptijd van deze procedure (belastingjaar 2015, uitspraak 2026) illustreert de praktische last van langdurige belastinggeschillen.

Onderwerp-impact

In de zorgkostensfeer bevestigt deze zaak dat forfaitaire aftrekposten (dieet, beddengoed/kleding) en reiskosten voor medische behandelingen onderbouwd moeten worden met concrete documentatie om voor aftrek in aanmerking te komen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een langdurig belastinggeschil tussen een particuliere belastingplichtige en de Belastingdienst over de aftrekbaarheid van specifieke zorgkosten, giften en premies voor inkomensvoorzieningen in het belastingjaar 2015. De procedure heeft een uitzonderlijk lange doorlooptijd gekend, mede door de complexiteit van de aangeleverde documentatie en de vertragingen als gevolg van de COVID-19-maatregelen, die een gepland overleg tussen partijen in de weg stonden. Belanghebbende heeft zijn aftrekposten onderbouwd door middel van twee USB-sticks met darop bonnen, bankafschriften, afsprakenkaarten, een dieetverklaring en door hemzelf opgestelde kostenoverzichten. De opgevoerde zorgkosten omvatten onder meer forfaitaire bedragen voor beddengoed en dieet, reiskosten voor medische behandelingen en kosten voor medicijnen. Voor giften heeft hij overzichten overgelegd met bankrekeningnummers van goede doelen en vermeldingen van vrijwilligerswerk. De inspecteur heeft het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. Voor medicijnen is een bedrag van € 106 in aftrek toegelaten, omdat voldoende aannemelijk was geworden dat deze door een arts waren voorgeschreven en contant waren betaald. Daarnaast is een gift-aftrek van € 231 toegekend, maar de inspecteur heeft daarbij abusievelijk de wettelijke drempel voor giftenaftrek niet toegepast, hetgeen een fout in de uitvoering vormt. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelt de zaak in hoger beroep. De juridische kern betreft de vraag in hoeverre de door belanghebbende overgelegde bewijsstukken voldoen aan de vereisten voor aftrek onder de Wet inkomstenbelasting 2001. De uitspraak onderstreept dat gedetailleerde documentatie doorslaggevend is bij de beoordeling van persoonsgebonden aftrekposten, en dat procedurefouten zoals het niet toepassen van de drempel voor giften in een vervolgprocedure aan de orde kunnen worden gesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden

Onderwerpen