JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1438Middel38/100

Vereiste aangifte niet gedaan: omkering bewijslast belastingplichtige

ECLI:NL:GHSHE:2026:1438, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/1721 en 24/1768 tot en met 24/1777

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 3 juni 2026Publicatie: 4 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1721 en 24/1768 tot en met 24/1777
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Inkomstenbelasting
Omzetbelasting
Vereiste Aangifte
Omkering Bewijslast
Gebrekkige Administratie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

IB/PVV, ZVW en OB. Diverse correcties die voortvloeien uit een boekenonderzoek. Door de inspecteur gestelde rijles-gerelateerde omzet is niet in de administratie en aangiften van belanghebbende verwerkt. Voor het eerste kwartaal van 2019 geen uitnodiging tot het doen van aangifte. Voor de overige tijdvakken vereiste aangifte niet gedaan. Belanghebbende voldoet niet aan de verzwaarde bewijslast. Redelijke schatting. Door rechtbank vastgestelde vergrijpboeten zijn niet te hoog.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft voor meerdere aangiftetijdvakken geen vereiste aangiften IB/PVV, Zvw en OB gedaan. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd. De belastingplichtige gaat in hoger beroep tegen de oordelen over de gebrekkige administratie en de gevolgen daarvan voor de bewijslast.

Beslissing van de rechter

Het hof oordeelt dat de belastingplichtige voor de betreffende aangiftetijdvakken (met uitzondering van het eerste kwartaal 2019 voor de OB) niet de vereiste aangiften heeft gedaan. Doorslaggevend is dat de administratie zodanige gebreken bevat dat deze niet als grondslag kan dienen voor de winst- en omzetberekening, en dat de belastingplichtige zich hiervan bewust moet zijn geweest.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande Hoge Raad-jurisprudentie toe op een individueel geval en stelt geen nieuwe rechtsregels. De zaak heeft beperkte precedentwerking maar illustreert wel de praktische gevolgen van gebrekkige administratie voor belastingplichtigen.

Belangrijkste punten

  • 1De vereiste aangifte is niet gedaan indien de verschuldigde belasting verhoudingsgewijs én absoluut aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting.
  • 2Beoordeling of de vereiste aangifte is gedaan, vindt plaats per aangiftetijdvak.
  • 3Gebreken in de administratie kunnen bijdragen aan het oordeel dat de vereiste aangifte niet is gedaan.
  • 4Subjectieve bewustheid bij het doen van aangifte is een vereiste: de belastingplichtige moest weten of zich bewust zijn dat een aanzienlijk bedrag aan belasting niet zou worden geheven.
  • 5Voor het eerste kwartaal 2019 (OB) geldt een afwijkend oordeel, dat apart wordt behandeld.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte Hoge Raad-jurisprudentie over de maatstaf voor 'niet de vereiste aangifte doen', met als gevolg omkering en verzwaring van de bewijslast bij de belastingplichtige. De beoordeling per aangiftetijdvak blijft het uitgangspunt.

Praktische impact

Voor de belastingplichtige betekent dit dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard: hij moet overtuigend aantonen dat de aanslagen onjuist zijn. Een gebrekkige administratie maakt dit in de praktijk vrijwel onmogelijk.

Onderwerp-impact

Ondernemers en zzp'ers die gebrekkige administraties voeren lopen een groot risico op omkering van de bewijslast bij belastingaanslagen, met navorderingen over IB/PVV, Zvw en OB tot gevolg.

Samenvatting

In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat centraal of een belastingplichtige voor meerdere aangiftetijdvakken de vereiste aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV), inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) en omzetbelasting (OB) heeft gedaan. De inspecteur had geconcludeerd van niet, mede omdat de administratie van de belastingplichtige zodanige gebreken vertoonde dat deze niet als grondslag kon dienen voor de winst- en omzetberekening. Het hof hanteert de vaste maatstaf uit de Hoge Raad-jurisprudentie: van het niet doen van de vereiste aangifte is sprake indien (1) de verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting, (2) het bedrag van de niet geheven belasting in absolute zin aanzienlijk is, én (3) de belastingplichtige ten tijde van het doen van aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat daardoor een aanzienlijk bedrag aan belasting niet zou worden geheven. De beoordeling geschiedt per aangiftetijdvak. Het hof oordeelt dat de belastingplichtige voor de betreffende tijdvakken niet de vereiste aangiften heeft gedaan, met uitzondering van het eerste kwartaal van 2019 voor de OB, waarover het hof apart oordeelt. De gebrekkige en onvolledige administratie is daarbij een doorslaggevende omstandigheid. Gevolg van dit oordeel is de omkering en verzwaring van de bewijslast: de belastingplichtige moet overtuigend aantonen dat de opgelegde aanslagen tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld. Gegeven de staat van de administratie is dat een zware opgave. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke administratie voor iedere ondernemer en sluit nauw aan bij bestaande fiscale rechtspraak zonder nieuwe rechtsregels te formuleren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied