JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1355Laag18/100

Hoger beroep belastingplichtige ongegrond na ambtshalve vermindering afgewezen

ECLI:NL:GHSHE:2026:1355, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-05-2026, 24/1244

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 27 mei 2026Publicatie: 27 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1244
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Inkomstenbelasting
Bezwaartermijn
Ambtshalve Vermindering
Ib Pvv

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verzoek om ambtshalve vermindering aanslag IB/PVV. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een saldo van een spaarrekening die valt onder het begrip vermogen in box 3 in plaats van een uitkering van een lijfrentekapitaal dat is belast in box 1 en de aanslag om die reden te hoog is vastgesteld. De inspecteur heeft het verzoek om ambtshalve vermindering terecht afgewezen. Hoger beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag IB/PVV 2020, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De inspecteur behandelde het alsnog als verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit af. Na ongegrondverklaring van het beroep bij de rechtbank stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Beslissing van de rechter

Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst, maar de procedure verliep langs de lijnen van afwijzing van ambtshalve vermindering en niet-ontvankelijkheid van het oorspronkelijke bezwaar.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke belastingprocedure over IB/PVV 2020 zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met bestaande jurisprudentie over niet-ontvankelijkheid en ambtshalve vermindering. De uitspraak is bovendien slechts gedeeltelijk beschikbaar.

Belangrijkste punten

  • 1Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2020 werd niet-ontvankelijk verklaard door de inspecteur
  • 2Het bezwaar werd ambtshalve behandeld als verzoek om vermindering en afgewezen
  • 3Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond
  • 4Belanghebbende is niet verschenen ter zitting van het hof op 11 februari 2026
  • 5Het hoger beroep werd ongegrond verklaard door Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn dat een niet-ontvankelijk bezwaar via ambtshalve vermindering kan worden beoordeeld, maar dat afwijzing daarvan standhoudend kan zijn. Cassatie bij de Hoge Raad blijft mogelijk binnen zes weken.

Praktische impact

Belanghebbende krijgt geen vermindering van de aanslag IB/PVV 2020 en draagt zelf de proceskosten; het niet verschijnen ter zitting heeft zijn procespositie mogelijk verzwakt.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen die een te laat bezwaar indienen, benadrukt deze zaak het belang van tijdige indiening en de beperkte mogelijkheden van ambtshalve vermindering als vangnet.

Samenvatting

In deze belastingzaak had een particulier bezwaar gemaakt tegen zijn aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2020. De inspecteur van de Belastingdienst verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk, vermoedelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Omdat de inspecteur het bezwaar toch inhoudelijk heeft bekeken, werd het tevens behandeld als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Dit verzoek werd eveneens afgewezen. Vervolgens maakte belanghebbende opnieuw bezwaar tegen de weigering tot ambtshalve herziening, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde dit oordeel en verklaarde het ingestelde beroep ongegrond. In hoger beroep bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch herhaalde zich dit patroon. Opvallend is dat belanghebbende niet is verschenen ter zitting van 11 februari 2026, ondanks behoorlijke oproeping per aangetekende en gewone post. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard. De volledige motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de uitkomst is consistent met de eerder ingenomen standpunten van de inspecteur en de rechtbank. De zaak illustreert de beperkte rechtsbescherming die resteert wanneer een bezwaar niet-ontvankelijk is en ambtshalve vermindering wordt geweigerd. Tegen de uitspraak staat binnen zes weken nog cassatie open bij de Hoge Raad. De juridische impact van deze uitspraak is beperkt tot de individuele casus en stelt geen nieuwe rechtsnormen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1270Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1270, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03379

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied