JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1131Laag18/100

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding belastingzaak

ECLI:NL:GHSHE:2026:1131, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-04-2026, 24/1711 tot en met 24/1713

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 29 april 2026Publicatie: 29 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1711 tot en met 24/1713
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Niet Ontvankelijkheid
Hogerberoepstermijn
Verschoonbare Termijnoverschrijding
Artikel 6 11 Awb
Belastingprocesrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Ontvankelijkheid hoger beroep. Het hogerberoepschrift is niet binnen de termijn ontvangen door het hof. Belanghebbende stelt dat het hogerberoepschrift eerder (en tijdig) bij de post is aangeboden, maar (om onbekende redenen) niet is aangekomen bij het hof. Naar het oordeel van het hof heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat het hogerberoepschrift tijdig ter post is bezorgd. De stelling van belanghebbende dat het hogerberoepschrift tijdig op het postkantoor (in Duitsland) is aangeboden, in combinatie met de aankoopbon van een frankeerlabel, is daartoe onvoldoende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Nu het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard, is het incidenteel hoger beroep van de inspecteur - gelet op artikel 8:111 Awb - eveneens niet-ontvankelijk.

Kern van de zaak

Een belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch tegen een uitspraak van de rechtbank in een belastingzaak. Het hof onderzoekt ambtshalve of het hoger beroep tijdig is ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken. De precieze feiten van de onderliggende belastingzaak zijn op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is vermoedelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de hogerberoepstermijn, nu de uitspraak uitsluitend ingaat op de ontvankelijkheid en het toetsingskader van artikel 6:11 Awb. De doorslaggevende reden is dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is geacht omdat niet is voldaan aan de cumulatieve vereisten van artikel 6:11 Awb.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past gevestigd recht toe op een individueel geval zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig, waardoor de volledige strekking met enige onzekerheid is omgeven.

Belangrijkste punten

  • 1De hogerberoepstermijn bedraagt zes weken, aanvangend de dag na bekendmaking van de rechtbankuitspraak
  • 2Er geldt een wettelijke tegemoetkoming: hoger beroep ingediend binnen één week na de termijn is toch tijdig indien het vóór termijnvervaldatum ter post is bezorgd
  • 3Niet-ontvankelijkheid kan achterwege blijven op grond van artikel 6:11 Awb indien de termijnoverschrijding verschoonbaar is
  • 4Verschoonbaarheid vereist cumulatief: (i) een niet-toerekenbare omstandigheid én (ii) zo spoedig mogelijk indienen nadat die omstandigheid wegviel
  • 5De beoordeling van verschoonbaarheid geschiedt per individueel geval

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past het standaard toetsingskader van artikel 6:11 Awb toe op termijnoverschrijding in belastingprocesrecht, zonder nieuwe rechtsregels te stellen. De uitspraak bevestigt de strikte handhaving van hogerberoepstermijnen in het fiscale bestuursprocesrecht.

Praktische impact

Belanghebbende verliest door de niet-ontvankelijkverklaring de mogelijkheid om de inhoudelijke belastinggeschillen in hoger beroep te laten beoordelen, tenzij alsnog cassatie bij de Hoge Raad wordt ingesteld binnen zes weken na de uitspraak.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen benadrukt deze uitspraak het belang van strikte naleving van proceduretijdvakken bij het instellen van rechtsmiddelen in fiscale zaken, waarbij overschrijding slechts in uitzonderlijke omstandigheden wordt geexcuseerd.

Samenvatting

In deze belastingprocedure bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond de vraag centraal of het door belanghebbende ingestelde hoger beroep ontvankelijk was. Voordat het hof toekwam aan een inhoudelijke beoordeling van de klachten tegen de uitspraak van de rechtbank, onderzocht het ambtshalve of de wettelijke hogerberoepstermijn in acht was genomen. Op grond van het belastingprocesrecht bedraagt die termijn zes weken, ingaande de dag na de bekendmaking van de rechtbankuitspraak op de voorgeschreven wijze. De wet voorziet in een beperkte tegemoetkoming: een hoger beroep dat weliswaar buiten de termijn, maar niet later dan één week daarna wordt ontvangen, wordt alsnog als tijdig beschouwd indien het vóór het verstrijken van de termijn ter post is bezorgd. Het hof oordeelde dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. De vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar was in de zin van artikel 6:11 Awb werd getoetst aan de hand van twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste dat de overschrijding het gevolg was van een omstandigheid die niet aan de belanghebbende kon worden toegerekend, en ten tweede dat het hogerberoepschrift alsnog zo spoedig mogelijk was ingediend nadat die omstandigheid zich niet langer voordeed. Omdat de beschikbare tekst van de uitspraak slechts gedeeltelijk is weergegeven, kan de precieze motivering voor het al dan niet aannemen van verschoonbaarheid niet volledig worden gereconstrueerd. Op basis van de structuur en strekking van de overwegingen lijkt het hoger beroep echter niet-ontvankelijk te zijn verklaard. Belanghebbende heeft nog de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van de uitspraak beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. De uitspraak is inhoudelijk niet vernieuwend en bevestigt slechts de vaste rechtspraak over termijnherstel in het bestuursprocesrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied