JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1128Laag28/100

Schenkbelasting België-woner na verkrijging krachtens schenking bevestigd

ECLI:NL:GHSHE:2026:1128, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-04-2026, 24/17 en 24/18

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 29 april 2026Publicatie: 29 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/17 en 24/18
Belastingrecht
Schadevergoeding
Financiele Dienstverlening
Schenkbelasting
Lat Relatie
Belgie Woonplaats
Grensoverschrijdend
Erfrecht Schenking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 1, lid 7, SW. Art. 33, aanhef en onder 12°, SW. Art. 6:3 BW. Schenking door zoons na overlijden vader aan vriendin van vader. Geen natuurlijke verbintenis van vader. Niet aannemelijk is dat vader inzake het nakomen van een natuurlijke verbintenis iets van zijn zoons verlangd zou hebben. Geen natuurlijke verbintenis van de zoons. Zij ervaren zelf geen dringende morele verplichting jegens de vriendin. Geen vrijgestelde schenking ex artikel 33, aanhef en onder 12e, SW.

Kern van de zaak

Een in België woonachtige vrouw ontving in 2019 twee schenkingen van haar inmiddels overleden LAT-partner. De inspecteur legde schenkbelasting op; bezwaar en beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant bleven zonder succes.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep van belanghebbende is behandeld door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch; op basis van de beschikbare tekst is de eindbeslissing niet volledig weergegeven, maar de procedure betreft de handhaving van twee aanslagen schenkbelasting die door zowel de inspecteur als de rechtbank al ongegrond zijn bevonden. De doorslaggevende kwestie betreft de heffing van schenkbelasting over verkrijgingen krachtens schenking door een in België woonachtige partner van een Nederlandse schenker.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele belastingzaak op hof-niveau over schenkbelasting in een grensoverschrijdende situatie; de rechtsvraag is niet nieuw en de uitspraak heeft beperkte precedentwerking. De volledige uitspraaktekst ontbreekt bovendien, waardoor de juridische redenering niet volledig beoordeeld kan worden.

Belangrijkste punten

  • 1Belanghebbende woont in België en had een LAT-relatie (niet samenwonend) met de inmiddels overleden schenker
  • 2Twee aanslagen schenkbelasting zijn opgelegd ter zake van schenkingen op 20 juni 2019
  • 3Zowel bezwaar als beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard
  • 4Hoger beroep is ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch; de volledige uitspraak ontbreekt in de aangeleverde tekst
  • 5Cassatie is mogelijk bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de reikwijdte van de Nederlandse schenkbelasting bij grensoverschrijdende situaties, met name de positie van een buitenlandse (Belgische) verkrijger bij schenking door een vermoedelijk Nederlandse schenker. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Praktische impact

Voor in het buitenland wonende partners die schenkingen ontvangen van (voormalige) Nederlandse schenkers, bevestigt de procedure dat Nederland schenkbelasting kan heffen ongeacht de woonplaats van de verkrijger, met beperkte bescherming voor LAT-relaties.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert de complexiteit van schenkbelasting in grensoverschrijdende LAT-relaties, waarbij de Belgische woonplaats van de verkrijger geen automatische vrijstelling of vermindering lijkt op te leveren.

Samenvatting

Een in België woonachtige vrouw, die een LAT-relatie onderhield met een inmiddels overleden man, ontving op 20 juni 2019 twee schenkingen. De inspecteur van de Belastingdienst legde naar aanleiding van de door haar ingediende aangifte twee aanslagen schenkbelasting op, gedagtekend 17 december 2020. Het door belanghebbende ingediende bezwaar werd op 14 oktober 2021 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die de beroepen eveneens ongegrond verklaarde bij uitspraak van 24 november 2023. Belanghebbende ging hierop in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zitting vond plaats op 19 maart 2026. De kern van het geschil betreft de vraag of terecht schenkbelasting is geheven over de twee verkrijgingen, waarbij de Belgische woonplaats van de verkrijger en de aard van de relatie (LAT, niet-samenwonend) mogelijk relevante factoren zijn. De aangeleverde tekst van de uitspraak is echter onvolledig: de inhoudelijke beoordeling door het hof en de definitieve beslissing ontbreken. Op basis van de proceduregeschiedenis kan worden vastgesteld dat de aanslagen in eerdere instanties telkens zijn gehandhaafd. Cassatie bij de Hoge Raad is voor beide partijen mogelijk binnen zes weken na verzending. Gelet op het ontbreken van de volledige uitspraaktekst dient de juridische en praktische impact van deze uitspraak met de nodige voorzichtigheid te worden beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1016Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1016, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00129

Hoge Raad10 jul 2026Financiele DienstverleningOverheid
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden