JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1080Laag12/100

Hoger beroep OZB-heffing ongegrond verklaard door hof

ECLI:NL:GHSHE:2026:1080, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2026, 24/931

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 22 april 2026Publicatie: 22 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/931
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Heffingsambtenaar
Hoger Beroep Ongegrond
Ozb
Lokale Heffingen
Interne Compensatie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Leges. (Legaliserende) aanvraag omgevingsvergunning voor bouw woonwagen. Het belastbare feit heeft zich voorgedaan; de heffingsambtenaar heeft terecht de daarbij behorende leges in rekening gebracht. Formele rechtskracht handhavingsbesluit. Legesheffing niet onredelijk of onbillijk. Geen sprake van schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. De heffingsambtenaar mocht uitgaan van de bouwkosten op basis van de bij de tarieventabel behorende referentielijst, nu belanghebbende de door hem gestelde bouwkosten niet heeft onderbouwd.

Kern van de zaak

Een belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak inzake een gemeentelijke heffing (vermoedelijk OZB of vergelijkbare lokale belasting). De heffingsambtenaar verdedigde de aanslag. De zaak betreft een geschil over de hoogte of grondslag van de heffing, waarbij de belanghebbende meerdere subsidiaire stellingen heeft aangevoerd.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat alle subsidiaire stellingen van de belanghebbende zijn verworpen; het hof is niet toegekomen aan het beroep op interne compensatie door de heffingsambtenaar. Geen griffierecht of proceskostenvergoeding wordt toegekend.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een routinematige belastingzaak bij een gerechtshof zonder richtinggevende rechtsvraag. De beschikbare tekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische impact moeilijk volledig te beoordelen is.

Belangrijkste punten

  • 1Het hoger beroep van de belanghebbende is ongegrond verklaard.
  • 2Zowel de primaire als de (meer) subsidiaire stellingen van de belanghebbende faalden.
  • 3Het hof is niet toegekomen aan het beroep op interne compensatie door de heffingsambtenaar.
  • 4Geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten (art. 8:75 Awb).
  • 5Cassatie is mogelijk binnen zes weken bij de Hoge Raad (belastingkamer).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de aanslag van de heffingsambtenaar en biedt geen nieuwe rechtsontwikkeling; de uitkomst is sterk feitelijk bepaald. De tekst van de uitspraak is onvolledig overgeleverd, waardoor de precieze juridische grondslag en motivering niet volledig beoordeeld kunnen worden.

Praktische impact

De belanghebbende dient de opgelegde heffing te voldoen en ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht. Een eventuele cassatieprocedure bij de Hoge Raad blijft mogelijk binnen zes weken na verzending.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen die lokale heffingen aanvechten biedt deze uitspraak weinig precedentwerking, nu de motivering grotendeels ontbreekt in de beschikbare tekst en de beslissing zich beperkt tot de specifieke omstandigheden van het geval.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had een belanghebbende hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van een heffingsambtenaar, vermoedelijk betreffende een gemeentelijke belasting zoals de onroerendezaakbelasting (OZB). De belanghebbende voerde meerdere stellingen aan – primair, subsidiair en meer subsidiair – om de aanslag aan te vechten of te verminderen. De heffingsambtenaar beriep zich op interne compensatie als verweer. Het hof heeft alle stellingen van de belanghebbende verworpen. Nu ook de meer subsidiaire stelling faalde, was er geen aanleiding meer om het beroep van de heffingsambtenaar op interne compensatie te beoordelen. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard. Het hof zag geen reden om het griffierecht te laten vergoeden en wees evenmin een proceskostenveroordeling toe op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 22 april 2026 en is openbaar uitgesproken. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer). Belangrijk voorbehoud: de beschikbare uitspraaktekst is onvolledig – met name de overwegingen ten aanzien van de afzonderlijke stellingen en de feitelijke achtergrond ontbreken grotendeels. De analyse is daardoor gebaseerd op de beschikbare conclusies en procedurele beslissingen, zonder dat de volledige juridische motivering kon worden beoordeeld. De uitspraak heeft naar alle waarschijnlijkheid beperkte precedentwerking en betreft een zaakspecifieke toepassing van het lokale belastingrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied