Beroep op betalingsonmacht griffierecht gehonoreerd bij laag inkomen
ECLI:NL:GHSHE:2026:1029, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-04-2026, 24/1585 en 24/1586
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ambtshalve opgelegde aanslagen IB/PVV en Zvw te hoog zijn. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) deed een beroep op betalingsonmacht ten aanzien van het verschuldigde griffierecht bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betrof de vraag of het eerder betaalde griffierecht alsnog in de weg staat aan beoordeling van dit beroep, en of aan de inkomens- en vermogenscriteria voor betalingsonmacht was voldaan.
Beslissing van de rechter
Het hof honoreert het beroep op betalingsonmacht. Doorslaggevend is dat het betaald hebben van griffierecht niet aan beoordeling van het beroep op betalingsonmacht in de weg staat, en dat aannemelijk is gemaakt dat het netto-inkomen onder 95% van de bijstandsnorm lag én dat de belanghebbende niet over voldoende vermogen beschikte om het griffierecht te voldoen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande, vaste criteria voor betalingsonmacht toe op een individueel geval en voegt geen nieuwe rechtsregels toe; de impact is beperkt tot de directe zaak en bevestiging van een bekende lijn in de rechtspraak.
Belangrijkste punten
- 1Betaling van griffierecht sluit beoordeling van een beroep op betalingsonmacht niet uit.
- 2Betalingsonmacht vereist dat het netto-inkomen minder bedraagt dan 95% van de maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande (norm geldt vanaf 1 januari 2021).
- 3Inkomen én vermogen van een eventuele fiscale partner worden meegeteld bij de beoordeling van betalingsonmacht.
- 4Bepalend is de financiële situatie in de periode tussen de eerste aanzegging van het griffierecht door de griffier en het einde van de betalingstermijn.
- 5Tijdige indiening van vereiste gegevens en bewijsstukken is een constitutief vereiste voor honorering van het beroep op betalingsonmacht.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt en verduidelijkt de criteria voor betalingsonmacht bij griffierecht in belastingzaken, in het bijzonder dat eerdere betaling geen beletsel vormt voor een beroep op betalingsonmacht. Dit biedt duidelijkheid over de toepassing van de betalingsonmachtregeling in fiscale hoger beroepsprocedures.
Praktische impact
Rechtzoekenden met een laag inkomen en weinig vermogen kunnen ook achteraf – na betaling van griffierecht – nog met succes een beroep doen op betalingsonmacht, mits zij tijdig de juiste bewijsstukken aanleveren. Dit vergroot de toegankelijkheid van de rechter voor financieel kwetsbare belastingplichtigen.
Onderwerp-impact
Voor belastingplichtigen in een zwakke financiële positie biedt de uitspraak een concrete handreiking over welke periode en welke financiële omstandigheden relevant zijn bij de beoordeling van betalingsonmacht in belastingprocedures.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of een belastingplichtige met succes een beroep kon doen op betalingsonmacht ten aanzien van het griffierecht, ook al was dit griffierecht feitelijk al betaald. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend: de omstandigheid dat griffierecht is betaald, staat niet in de weg aan de inhoudelijke beoordeling van een beroep op betalingsonmacht. Het hof hanteert de vaste criteria voor betalingsonmacht. Een dergelijk beroep wordt gehonoreerd indien de rechtzoekende tijdig de vereiste actuele gegevens en bewijsstukken overlegt en op grond daarvan aannemelijk maakt dat: (i) het netto-inkomen minder bedraagt dan 95 procent van de voor een alleenstaande geldende maximale bijstandsnorm – een drempel die vanaf 1 januari 2021 geldt, ongeacht de feitelijke gezinssamenstelling – en (ii) de rechtzoekende niet beschikt over vermogen waaruit het griffierecht kan worden voldaan. Daarbij worden het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner opgeteld. Bepalend is de financiële situatie in de periode tussen de eerste aanzegging van het griffierecht door de griffier en het einde van de betalingstermijn. In het onderhavige geval acht het hof aannemelijk dat aan beide criteria is voldaan, waarna het beroep op betalingsonmacht wordt gehonoreerd. De beslissing, uitgesproken op 15 april 2026, bevestigt daarmee een rechtzoekende het recht op toegang tot de rechter ook wanneer betaling feitelijk al heeft plaatsgevonden maar de financiële omstandigheden daartoe eigenlijk geen ruimte boden. Beide partijen kunnen binnen zes weken na verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.