BPM-aanslag auto deels aangepast wegens onjuiste CO2-uitstoot
ECLI:NL:GHDHA:2026:2858, Gerechtshof Den Haag, 16-09-2026, BK-25/750
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)BPM. Belanghebbende gaat terecht uit van hogere CO2-uitstoot en dus hogere historische nieuwprijs. Taxatierapport van belanghebbende kan niet dienen. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, legaliteitsbeginsel en artikel 110 VWEU nopen niet tot toepassing van ingetrokken intern beleid over beoordeling juistheid koerslijsten. ‘Nieuwe’ taxatiewaarde XRAY niet bruikbaar. Percentage schadeaftrek is terecht 72%. Hof passeert bewijsaanbod door middel van getuigen en verzoek om toepassing artikel 8:45 Awb. Hof matigt proceskostenvergoeding.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwist de hoogte van een BPM-aanslag voor een auto. In geschil is de historische nieuwprijs, de reële waardevermindering en de bruikbaarheid van een koerslijst (XRAY) bij de berekening van de BPM.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep wordt grotendeels ongegrond verklaard. Het Hof stelt de historische nieuwprijs bij op € 244.768 vanwege een correctie in de CO2-uitstoot (268 g/km in plaats van 263 g/km), maar verwerpt het taxatierapport van belanghebbende en de nieuwe XRAY-koerslijst als grondslag voor de waardevermindering.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk geschil over BPM-berekening in een individuele zaak zonder principiële rechtsvraag. De uitkomst is weinig verrassend en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare BPM-geschillen.
Belangrijkste punten
- 1De historische nieuwprijs wordt gecorrigeerd naar € 244.768 op basis van de juiste CO2-uitstoot van 268 g/km conform het RDW-voertuigbeeld.
- 2Het taxatierapport van belanghebbende wordt verworpen als grondslag voor de reële waardevermindering, conform het oordeel van de Rechtbank.
- 3De nieuwe XRAY-koerslijst wordt niet geaccepteerd omdat deze niet op daadwerkelijke handelstransacties is gebaseerd.
- 4Het punt over de CO2-uitstoot werd pas in hoger beroep aangevoerd, wat de Inspecteur aanvoert als omstandigheid relevant voor de proceskostenveroordeling.
- 5De Rechtbank had eerder immateriëleschadevergoeding toegewezen (€ 1.000 totaal) wegens overschrijding van de redelijke termijn; dit blijft in hoger beroep ongewijzigd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat koerslijsten die niet zijn gebaseerd op daadwerkelijke handelstransacties niet kunnen dienen als grondslag voor BPM-waardebepaling. Tevens onderstreept het Hof dat feitelijke stellingen die al eerder bekend waren niet strategisch voor het hoger beroep kunnen worden bewaard zonder gevolgen voor de proceskostenvergoeding.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige leidt de gecorrigeerde CO2-waarde tot een marginaal lagere historische nieuwprijs, maar de BPM-aanslag blijft grotendeels in stand. De koers van XRAY en het eigen taxatierapport bieden geen soelaas.
Onderwerp-impact
In BPM-zaken rondom voertuigregistratie wordt opnieuw duidelijk dat de kwaliteit en onderbouwing van koerslijsten en taxatierapporten doorslaggevend zijn; partijen moeten tijdig en adequaat bewijsmiddelen aandragen.
Samenvatting
In deze BPM-zaak bij het Gerechtshof Den Haag draait het om de juiste berekening van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) voor een specifieke auto. De belastingplichtige (belanghebbende) betwistte de historische nieuwprijs, de reële waardevermindering en de door de Inspecteur gehanteerde koerslijst. De centrale juridische vragen betreffen welke CO2-uitstootwaarde moet worden gehanteerd bij de bepaling van de historische nieuwprijs, of het eigen taxatierapport van belanghebbende kan dienen als bewijs voor waardevermindering, en of een nieuwe XRAY-koerslijst als grondslag mag worden gebruikt. Het Hof oordeelt dat de CO2-uitstoot conform het RDW-voertuigbeeld 268 g/km bedraagt in plaats van de door de Inspecteur aanvankelijk gehanteerde 263 g/km. Dit leidt tot een gecorrigeerde historische nieuwprijs van € 244.768. Voor het overige worden de standpunten van belanghebbende verworpen. Het taxatierapport aan de kant van belanghebbende volstaat niet om de reële waardevermindering te onderbouwen, conform het eerder oordeel van de Rechtbank dat het Hof overneemt. De nieuwe XRAY-koerslijst wordt eveneens gepasseerd, omdat deze niet gebaseerd is op daadwerkelijke handelstransacties, hetgeen een vereiste is voor een betrouwbare koerslijst in BPM-procedures. Opmerkelijk is dat de Inspecteur aanvoert dat de kwestie van de CO2-uitstoot al bij de gemachtigde van belanghebbende bekend was tijdens de beroepsprocedure, maar pas in hoger beroep werd aangekaart. Dit speelt mogelijk een rol bij de beoordeling van de proceskostenvergoeding. De Rechtbank had eerder al het beroep ongegrond verklaard maar wel een immateriëleschadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, verdeeld over de Staat en de Inspecteur. De uitkomst in hoger beroep bevestigt grotendeels de beslissing van de Rechtbank met een marginale correctie op de historische nieuwprijs.