Verzet ongegrond: te laat gronden hoger beroep aangevuld
ECLI:NL:GHDHA:2026:2804, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, BK-26/318
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzet ongegrond.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige diende een pro-forma hogerberoepschrift in tegen een aanslag IB/PVV 2024, maar verzuimde tijdig de gronden van hoger beroep aan te vullen. Het Hof had hem via Mijn Rechtspraak een hersteltermijn geboden, waarvan hij stelt geen tijdige kennisname te hebben gehad.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag verklaart het verzet ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de e-mailnotificatie aantoonbaar in de mailbox van belanghebbende is geplaatst en hij de hersteltermijn niet heeft benut, zodat het niet tijdig aanvullen van de gronden voor zijn rekening komt.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen een al gevestigde rechtspraktijk rond verzuimherstel en digitale procesvoering en heeft geen nieuwe rechtsvragen beantwoord; de betekenis is vooral praktisch-individueel.
Belangrijkste punten
- 1Pro-forma hogerberoepschrift was tijdig ontvangen, maar miste de gronden van hoger beroep (artikel 6:5 Awb)
- 2Het Hof stelde op grond van artikel 6:6 Awb een herstelverzuim-uitnodiging via Mijn Rechtspraak met deadline 26 mei 2026
- 3Belanghebbende erkende dat de e-mailnotificatie in zijn mailbox was geplaatst, maar stelde deze gemist te hebben
- 4Het missen van een notificatie die aantoonbaar is afgeleverd komt voor rekening en risico van de ontvanger
- 5Verzet ongegrond verklaard; geen proceskostenveroordeling uitgesproken
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat digitale notificaties via Mijn Rechtspraak rechtsgeldige kennisgeving opleveren en dat het missen van een afgeleverde notificatie niet als verschoonbare termijnoverschrijding kwalificeert.
Praktische impact
Belastingplichtigen die digitaal procederen dienen hun Mijn Rechtspraak-mailbox actief te monitoren; het niet lezen van een ontvangen notificatie leidt tot niet-ontvankelijkheid zonder mogelijkheid tot herstel.
Onderwerp-impact
Voor belastingzaken onderstreept deze uitspraak het belang van zorgvuldige opvolging van digitale processtappen, met name bij pro-forma beroepschriften waarbij nadere gronden verplicht zijn.
Samenvatting
In deze zaak stond de vraag centraal of het verzet van een belastingplichtige gegrond was na niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens het ontbreken van beroepsgronden. De belastingplichtige had tijdig een pro-forma hogerberoepschrift ingediend bij het Gerechtshof Den Haag tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2024. Omdat het geschrift de gronden van hoger beroep ontbeerde — een formeel vereiste op grond van artikel 6:5 Awb — bood het Hof hem op 28 april 2026 via Mijn Rechtspraak een herstelmogelijkheid aan overeenkomstig artikel 6:6 Awb. De hersteltermijn liep tot 26 mei 2026, en de notificatie werd aantoonbaar in de digitale mailbox van belanghebbende geplaatst. Belanghebbende erkende de ontvangst van de e-mailnotificatie, maar stelde dat deze destijds aan zijn aandacht was ontsnapt, waardoor hij niet tijdig kennis had genomen van de herstelmogelijkheid en de bijbehorende deadline. Het Hof verwierp dit verweer. De omstandigheid dat een notificatie aantoonbaar is afgeleverd in de mailbox van de geadresseerde, brengt mee dat het niet tijdig kennisnemen daarvan voor diens rekening en risico komt. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is in dat geval geen sprake. Omdat de gronden van hoger beroep niet binnen de gestelde termijn waren aangevuld, bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. De uitspraak bevestigt het geldende beginsel dat digitaal procederen via Mijn Rechtspraak rechtsgeldige kennisgeving oplevert, en dat partijen die digitaal procederen een eigen verantwoordelijkheid dragen om hun digitale postbus tijdig te raadplegen.