JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2803Laag28/100

Hoger beroep WOZ-zaak ongegrond: artikel 6:17 Awb niet geschonden

ECLI:NL:GHDHA:2026:2803, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, BK-25/823 en BK-25/824

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 1 september 2026Publicatie: 7 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/823 en BK-25/824
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Proceskostenvergoeding
Woz
Gemachtigde
Artikel 6 17 Awb
Toezendingsplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 7:15 Awb. Art. 7:3 Awb. Art. 6:17 Awb. Terecht geen proceskostenvergoeding toegekend. Geen schending hoorrecht. Geen algemene toezendingsplicht voor de Heffingsambtenaar voor stukken die de belanghebbende alleen aan hem en niet aan de gemachtigde heeft doen toekomen.

Kern van de zaak

Een belanghebbende ging in hoger beroep bij Gerechtshof Den Haag tegen een uitspraak van de Rechtbank in een WOZ-gerelateerde belastingzaak. In geschil waren de proceskostenvergoeding, schending van het hoorrecht en schending van artikel 6:17 Awb (toezending stukken aan gemachtigde). De gemachtigde stelde dat nadere stukken van de belanghebbende niet aan hem waren doorgestuurd.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank is bevestigd. Doorslaggevend was dat artikel 6:17 Awb geen algemene toezendingsplicht inhoudt, maar slechts voorschrijft dat stukken aan de gemachtigde worden gestuurd indien een andere Awb-bepaling daartoe verplicht; aan die voorwaarde was in casu niet voldaan.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak en stelt geen nieuwe rechtsregels vast; de impact is beperkt tot de verduidelijking van een reeds door Gerechtshof Amsterdam uitgezette lijn over de reikwijdte van artikel 6:17 Awb.

Belangrijkste punten

  • 1Artikel 6:17 Awb bevat geen algemene toezendingsplicht aan de gemachtigde, maar slechts een afgeleide verplichting wanneer een andere Awb-bepaling toezending voorschrijft.
  • 2De Rechtbank had op goede gronden geoordeeld dat proceskostenvergoeding en het hoorrecht correct waren behandeld; belanghebbende bracht in hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten in.
  • 3Het hof bevestigt het oordeel van Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:1433) over de beperkte reikwijdte van artikel 6:17 Awb.
  • 4De herkansingsfunctie van het hoger beroep is volledig benut, maar leverde geen nieuwe gezichtspunten op die tot een ander oordeel konden leiden.
  • 5Alle drie geschilpunten (proceskostenvergoeding, hoorrecht en artikel 6:17 Awb) zijn door het hof ongegrond bevonden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt en versterkt de beperkte interpretatie van artikel 6:17 Awb: zonder een onderliggende toezendingsverplichting in een andere Awb-bepaling bestaat er geen zelfstandige plicht om stukken van de belastingplichtige aan diens gemachtigde door te zenden. Dit is in lijn met eerdere rechtspraak van Gerechtshof Amsterdam.

Praktische impact

Gemachtigden in belasting- en bestuursrechtelijke procedures kunnen niet automatisch aanspraak maken op doorzending van alle stukken die hun cliënt zelf aan het bestuursorgaan verstrekt; zij dienen zelf actief stukken op te vragen of hun cliënt te instrueren hen direct te informeren.

Onderwerp-impact

Voor WOZ-procedures en vergelijkbare belastinggeschillen betekent dit dat de procesvoering zorgvuldige afstemming tussen belastingplichtige en gemachtigde vereist, nu het bestuursorgaan niet verplicht is eigener beweging alle ontvangen stukken aan de gemachtigde toe te zenden.

Samenvatting

In deze zaak oordeelde Gerechtshof Den Haag op 1 september 2026 over een hoger beroep in een belastingzaak (vermoedelijk WOZ-gerelateerd) waarbij drie geschilpunten centraal stonden: de toekenning van een proceskostenvergoeding, de schending van het hoorrecht en de vermeende schending van artikel 6:17 Awb. De belanghebbende had in bezwaar en beroep bij de Rechtbank al dezelfde stellingen ingenomen, zonder succes. In hoger beroep bracht de belanghebbende geen nieuwe feiten, omstandigheden of argumenten in die een nieuw licht op de zaak wierpen. Het hof bevestigde dan ook het oordeel van de Rechtbank op de punten van proceskostenvergoeding en hoorrecht. Het meest juridisch inhoudelijke geschilpunt betrof de uitleg van artikel 6:17 Awb. De gemachtigde stelde dat het bestuursorgaan verplicht was alle stukken die de belanghebbende zelf had aangeleverd, ook aan hem als gemachtigde door te sturen. Het hof verwierp deze redenering. Artikel 6:17 Awb schept geen zelfstandige, algemene toezendingsplicht; het artikel bepaalt slechts dat indien een andere Awb-bepaling reeds een toezendingsverplichting meebrengt, die toezending in ieder geval aan de gemachtigde dient te geschieden. Nu een dergelijke onderliggende toezendingsverplichting ontbrak, was er geen schending. Het hof sloot daarmee aan bij het oordeel van Gerechtshof Amsterdam van 15 maart 2022. Het hoger beroep werd op alle punten ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd. De uitspraak heeft beperkte, maar bevestigende betekenis voor de praktijk: gemachtigden kunnen niet zonder meer vertrouwen op automatische doorzending van cliëntstukken en dienen hun eigen informatievoorziening actief te organiseren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 12 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1669

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1637

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep belastingzaak zonder motivering

5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied