Naheffingsaanslag vernietigd, heffingsambtenaar vergoedt proceskosten
ECLI:NL:GHDHA:2026:2798, Gerechtshof Den Haag, 18-08-2026, BK-25/584
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 8:75 Awb. Art. 11, lid 1, onderdeel d Besluit tarieven in strafzaken 2003. Naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van de reis- en verblijfkosten van de procedure in beroep.
Kern van de zaak
Een belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag opgelegd door de Heffingsambtenaar. Tijdens de hogerberoepsprocedure heeft de Heffingsambtenaar toegezegd de naheffingsaanslag te vernietigen. In geschil bleef nog de vergoeding van griffierechten en reis- en verblijfkosten.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag heeft de Heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van reis- en verblijfkosten van € 100,65 voor de beroepsprocedure en griffierechten van in totaal € 194. De doorslaggevende reden is dat de Heffingsambtenaar zelf de naheffingsaanslag heeft vernietigd en ter zitting heeft ingestemd met vergoeding van de gemaakte proceskosten.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een routinematige proceskostenbeslissing na vrijwillige vernietiging van een naheffingsaanslag; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de financiële belangen zijn beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag tijdens de hogerberoepsprocedure vrijwillig vernietigd
- 2Heffingsambtenaar erkende ter zitting de verplichting tot vergoeding van griffierecht en reis- en verblijfkosten voor de beroepsprocedure
- 3Reis- en verblijfkosten vastgesteld op € 100,65 op basis van Besluit proceskosten bestuursrecht en Besluit tarieven in strafzaken 2003
- 4Geen vergoeding van reis- en verblijfkosten voor hogerberoepsprocedure omdat belanghebbende niet ter zitting verscheen
- 5Totale griffierechtenvergoeding bedraagt € 194 voor zowel beroep als hoger beroep
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past de bestaande proceskostenregelgeving toe conform artikel 8:75 Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden. De zaak bevestigt dat bij intrekking van een naheffingsaanslag door de heffingsambtenaar een proceskostenveroordeling aangewezen is.
Praktische impact
Belanghebbende ontvangt in totaal € 294,65 aan vergoedingen (proceskosten én griffierechten), maar krijgt geen reis- en verblijfkosten vergoed voor de hogerberoepsprocedure wegens eigen afwezigheid ter zitting.
Onderwerp-impact
Voor belastingplichtigen die te maken krijgen met ten onrechte opgelegde naheffingsaanslagen bevestigt deze uitspraak dat zij aanspraak kunnen maken op proceskostenvergoeding wanneer de belastingdienst de aanslag alsnog vernietigt.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag had een belanghebbende hoger beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag. Nog tijdens de lopende hogerberoepsprocedure deelde de Heffingsambtenaar mee dat hij de naheffingsaanslag zou vernietigen, hetgeen hij ter zitting bevestigde. Daarmee was het inhoudelijke geschil over de aanslag feitelijk opgelost. Wat resteerde, was de vraag in hoeverre de Heffingsambtenaar gehouden was de door belanghebbende gemaakte proceskosten te vergoeden. Het hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar moest worden veroordeeld in de reis- en verblijfkosten die belanghebbende had gemaakt voor de beroepsprocedure. Deze kosten werden conform artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht en artikel 11, lid 1, onderdeel d van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 vastgesteld op € 100,65, bestaande uit € 62,80 aan reiskosten en € 37,85 aan verblijfkosten. Het hof zag geen aanleiding voor een hogere vergoeding. Voor de hogerberoepsprocedure zelf werden geen reis- en verblijfkosten toegewezen, omdat belanghebbende niet ter zitting van het hof was verschenen en er derhalve geen kosten waren gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen. Daarnaast diende de Heffingsambtenaar de door belanghebbende betaalde griffierechten voor zowel de beroeps- als de hogerberoepsprocedure te vergoeden, in totaal € 194. De uitspraak is inhoudelijk beperkt van aard en betreft een standaardtoepassing van de proceskostenregeling in het bestuursrecht. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord. De zaak illustreert wel dat wanneer een bestuursorgaan een belastingaanslag alsnog vernietigt nadat een belastingplichtige rechtsmiddelen heeft aangewend, een proceskostenveroordeling in de rede ligt, ook al vindt de vernietiging pas plaats tijdens een latere fase van de procedure.