Hof verwerpt onjuiste BPM-berekening bij import Land Rover Defender
ECLI:NL:GHDHA:2026:2796, Gerechtshof Den Haag, 05-08-2026, BK-25/626
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De door DRZ gehanteerde nettocatalogusprijs is te hoog en kan om die reden niet door belanghebbende worden gebruikt voor de vaststelling van de historische nieuwprijs.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak over de BPM-heffing bij de import van een Land Rover Defender. De belastingplichtige betwistte de gehanteerde historische nieuwprijs en stelde dat de taxatiemethode met een lagere netto catalogusprijs moest worden toegepast op basis van een rapport van DRZ.
Beslissing van de rechter
Het Hof verwerpt de door belanghebbende voorgestane historische nieuwprijs en de bijbehorende taxatiemethode. Doorslaggevend is dat het rapport van DRZ een onjuiste netto catalogusprijs hanteerde doordat de CO2-dieseltoeslag en de btw over de netto catalogusprijs ten onrechte niet waren meegenomen, en dat de gebruikte koerslijst betrekking had op een afwijkend voertuigmodel.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijke toepassing van bekende BPM-berekeningsmethoden op een individueel geval zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de impact is beperkt tot vergelijkbare importzaken met taxatiegeschillen.
Belangrijkste punten
- 1Belanghebbende voerde voor het eerst in hoger beroep aan dat de taxatiemethode moet worden toegepast omdat de auto niet in een koerslijst voorkomt.
- 2Het DRZ-rapport hanteerde een netto catalogusprijs van € 37.404, maar verzuimde de CO2-dieseltoeslag (€ 19.350) en btw over de netto catalogusprijs (€ 3.359) mee te nemen; de juiste netto catalogusprijs bedraagt € 15.993.
- 3De door DRZ gebruikte koerslijst is niet bruikbaar omdat deze betrekking heeft op een afwijkend model (andere afmetingen, wielbasis, zitplaatsen en laadruimte).
- 4De Rechtbank had het beroep al gegrond verklaard, maar uitsluitend voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
- 5Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en volgt de Inspecteur in zijn standpunt over de onjuistheid van de door belanghebbende gehanteerde berekening.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij BPM-geschillen over geïmporteerde auto's de netto catalogusprijs nauwkeurig moet worden berekend inclusief alle relevante toeslagen en belastingcomponenten, en dat een koerslijst alleen bruikbaar is als deze betrekking heeft op een vergelijkbaar model. Fouten in taxatierapporten worden streng getoetst.
Praktische impact
Importeurs en belastingplichtigen die BPM betwisten via de taxatiemethode moeten zorgvuldig controleren of het taxatierapport alle fiscale componenten correct meeneemt en of de gehanteerde koerslijst daadwerkelijk overeenkomt met het te taxeren voertuig.
Onderwerp-impact
In de autobranche en bij BPM-procedures rond geïmporteerde voertuigen onderstreept deze uitspraak het belang van technisch correcte vergelijkingsmodellen en volledige kostenopbouw in taxatierapporten.
Samenvatting
In deze zaak staat de BPM-heffing centraal bij de import van een Land Rover Defender 90 Diesel. De belastingplichtige (belanghebbende) betoogde in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag dat de zogenoemde taxatiemethode moest worden toegepast omdat de auto niet voorkomt in een reguliere koerslijst. Daartoe beriep belanghebbende zich op een rapport van DRZ, waaruit een handelsinkoopwaarde van € 23.096 en een netto catalogusprijs van € 37.404 volgden. Op basis van die netto catalogusprijs berekende belanghebbende een historische nieuwprijs van € 126.683, wat zou leiden tot een lagere BPM-grondslag. Het Hof verwerpt deze redenering op twee zelfstandige gronden. Ten eerste heeft DRZ bij de berekening van de netto catalogusprijs de CO2-dieseltoeslag van € 19.350 en de btw over de netto catalogusprijs van € 3.359 niet meegenomen. Wanneer die bedragen correct worden verdisconteerd, bedraagt de netto catalogusprijs slechts € 15.993 — wat leidt tot dezelfde historische nieuwprijs van € 101.151, maar op een geheel andere wijze dan door belanghebbende berekend. De door DRZ gehanteerde netto catalogusprijs van € 37.404 klopt dus rekenkundig niet. Ten tweede acht het Hof de door DRZ gebruikte koerslijst niet bruikbaar. De Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat de koerslijst betrekking heeft op een ander model: het referentievoertuig is zeven inch korter, heeft een kortere wielbasis, een zitplaats minder en minder laadruimte. Daarmee is het geen vergelijkbaar voertuig voor de toepassing van de koerslijstmethode. De Rechtbank had het beroep eerder gegrond verklaard, maar uitsluitend vanwege een onjuist vastgestelde proceskostenvergoeding in de bezwaarfase. In hoger beroep slaagt belanghebbende er niet in de BPM-grondslag zelf te verlagen. Het Hof bevestigt daarmee de uitspraak van de Rechtbank op het inhoudelijke geschil. De zaak illustreert dat technische nauwkeurigheid in taxatierapporten beslissend is bij BPM-procedures over geïmporteerde voertuigen.