JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2776Laag12/100

Aftrek tandartskosten geweigerd wegens ontbrekend bewijs

ECLI:NL:GHDHA:2026:2776, Gerechtshof Den Haag, 22-07-2026, BK-25/1104

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/1104
Belastingrecht
Zorg
Dienstverlening
Bewijslast
Inkomstenbelasting
Aftrekpost
Specifieke Zorgkosten
Tandartskosten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artt. 6.1 en 6.17 Wet IB 2001. Belanghebbende heeft van de door hem gestelde tandartskosten geen bewijsstukken overgelegd. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij terecht uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek heeft gebracht.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige claimde aftrek van tandartskosten als specifieke zorgkosten in zijn aangifte inkomstenbelasting 2021. De Inspecteur weigerde de aftrek en de Rechtbank bevestigde dat. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank is bevestigd. De doorslaggevende reden is dat belanghebbende geen enkele bewijsstuk heeft overgelegd waaruit blijkt dat de tandartskosten daadwerkelijk zijn betaald en op hem hebben gedrukt, terwijl de bewijslast bij hem ligt.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige toepassing van bestaande belastingwetgeving en bewijslastregels zonder nieuwe rechtsvragen. De zaak is feitelijk van aard en heeft geen precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Aftrek van specifieke zorgkosten vereist bewijs dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en op de belastingplichtige drukken (art. 6.1 lid 1 sub a Wet IB 2001).
  • 2Alleen kosten die limitatief zijn opgesomd in art. 6.17 Wet IB 2001 en niet zijn uitgesloten op grond van art. 6.18 Wet IB 2001 komen voor aftrek in aanmerking.
  • 3De bewijslast voor de aftrek van specifieke zorgkosten rust op de belastingplichtige.
  • 4Belanghebbende heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geen bewijsstukken overgelegd ter onderbouwing van de gestelde tandartskosten.
  • 5Geen proceskosten toegewezen, nu het hoger beroep ongegrond is.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat de bewijslast voor aftrekposten als specifieke zorgkosten volledig bij de belastingplichtige ligt en dat het ontbreken van bewijsstukken fataal is voor de aftrekclaim. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Praktische impact

Belastingplichtigen die zorgkosten willen aftrekken moeten zorgen voor deugdelijke bewijsstukken (nota's, kwitanties, bankafschriften); zonder deze bescheiden wordt de aftrek ook in hoger beroep geweigerd.

Onderwerp-impact

In de zorgsector benadrukt deze uitspraak het belang van het bewaren van betalingsbewijzen voor medische en tandheelkundige kosten, zodat fiscale aftrek daadwerkelijk geclaimd kan worden.

Samenvatting

In deze belastingzaak stond de vraag centraal of een belastingplichtige recht had op aftrek van tandartskosten als specifieke zorgkosten in zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2021. De Inspecteur had de aftrek geweigerd omdat de kosten niet waren onderbouwd met bewijsstukken. De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna belanghebbende in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Den Haag. Het Hof stelt voorop dat voor aftrek van uitgaven als specifieke zorgkosten moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten van de Wet inkomstenbelasting 2001. Artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder a, vereist dat de uitgaven op de belastingplichtige hebben gedrukt. Daarnaast mogen alleen de in artikel 6.17 Wet IB 2001 limitatief opgesomde kosten worden afgetrokken, mits zij niet worden uitgesloten op grond van artikel 6.18 Wet IB 2001 en de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. De bewijslast voor het aannemelijk maken van de aftrek rust op de belastingplichtige. In de procedure heeft belanghebbende echter geen enkel bewijsstuk overgelegd — niet in eerste aanleg en niet in hoger beroep — waaruit blijkt dat hij de gestelde tandartskosten in 2021 daadwerkelijk heeft betaald en dat deze kosten op hem hebben gedrukt. Nu hij ook in hoger beroep niets nieuws heeft aangevoerd dat een ander licht op de zaak kan werpen, heeft het Hof geoordeeld dat de Rechtbank op goede gronden tot een juiste conclusie is gekomen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank is bevestigd. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak illustreert het fundamentele belang van een goede bewijsadministratie voor belastingplichtigen die zorgkosten fiscaal willen aftrekken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1455Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1455, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00281

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470Middel
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden