Hof herstelt griffierechtbedrag van €596 naar €579
ECLI:NL:GHDHA:2026:2772, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, BK-25/157 en BK-25/158bis
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hersteluitspraak. Het herstel betreft een bedrag aan griffierecht.
Kern van de zaak
Gerechtshof Den Haag deed op 27 mei 2026 uitspraak in een belastingzaak tussen Stichting [X] en de Belastingdienst. Nadien ontdekte het Hof een misslag: in de uitspraak was een onjuist griffierechtbedrag van €596 vermeld, terwijl dit op grond van artikel 8:109 lid 2 Awb €579 had moeten zijn.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep betreft uitsluitend een hersteluitspraak: het Hof corrigeert het foutieve griffierechtbedrag van €596 naar €579. De doorslaggevende reden is dat sprake is van een kennelijke fout (misslag) die zich leent voor herstel.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft uitsluitend een administratieve correctie van een rekenfout van €17 en stelt geen nieuwe rechtsregels. Er is geen enkele inhoudelijke of precedentscheppende betekenis.
Belangrijkste punten
- 1Het betreft een hersteluitspraak ex artikel 8:109 lid 2 Awb, geen inhoudelijke heroverweging.
- 2Het foutieve griffierechtbedrag van €596 wordt gecorrigeerd naar het wettelijk juiste bedrag van €579.
- 3De inhoudelijke uitspraak van 27 mei 2026 (waarbij de uitspraak van Rechtbank Den Haag in stand bleef) blijft ongewijzigd.
- 4Het griffierecht wordt geheven van de Inspecteur (Belastingdienst), omdat het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond was.
- 5De correctie betreft zowel rechtsoverweging 6.3 als het dictum van de oorspronkelijke uitspraak.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak heeft nauwelijks juridische impact: het betreft een puur administratieve correctie van een kennelijke fout in het griffierechtbedrag op grond van artikel 8:109 lid 2 Awb. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.
Praktische impact
De Belastingdienst dient €579 griffierecht te betalen in plaats van het eerder vermelde €596, een verschil van €17. Voor beide partijen heeft de hersteluitspraak verder geen praktische gevolgen.
Onderwerp-impact
Voor belastingzaken bij het gerechtshof bevestigt deze uitspraak de mogelijkheid en bereidheid van rechters om kennelijke misslagen in griffierechtbedragen ambtshalve te herstellen via een hersteluitspraak.
Samenvatting
Op 27 mei 2026 deed Gerechtshof Den Haag uitspraak in een belastingzaak (hoger beroep) tussen Stichting [X] en de inspecteur van de Belastingdienst. De zaak betrof zaken met nummers BK-25/157 en BK-25/158, afkomstig van Rechtbank Den Haag. In die uitspraak bleef de uitspraak van de Rechtbank in stand, waardoor de Inspecteur griffierecht verschuldigd werd. Na de uitspraak constateerde het Hof dat in rechtsoverweging 6.3 en in het dictum een onjuist griffierechtbedrag was vermeld: €596 in plaats van het wettelijk voorgeschreven bedrag van €579 op grond van artikel 8:109 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het Hof kwalificeerde dit als een kennelijke fout die zich leent voor herstel via een hersteluitspraak. Op 1 september 2026 werd de hersteluitspraak uitgesproken, waarbij uitsluitend het griffierechtbedrag in rechtsoverweging 6.3 en in het dictum werd gecorrigeerd van €596 naar €579. De inhoud van de oorspronkelijke uitspraak van 27 mei 2026 bleef op alle overige punten ongewijzigd. Deze uitspraak heeft geen inhoudelijke juridische betekenis en stelt geen nieuwe rechtsregels. Het betreft een puur administratieve correctie van een rekenfout met een financieel verschil van slechts €17. De praktische gevolgen zijn minimaal: de Belastingdienst betaalt een iets lager griffierechtbedrag dan aanvankelijk vermeld. De zaak illustreert de mogelijkheid van rechters om kennelijke misslagen in hun uitspraken ambtshalve te herstellen, maar heeft verder geen precedentwerking of bredere juridische impact.