JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2590

ECLI:NL:GHDHA:2026:2590, Gerechtshof Den Haag, 02-07-2026, 200.360.043/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 2 juli 2026Publicatie: 10 augustus 2026
Zaaknummer:200.360.043/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kort geding in hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft de omgangsregeling tussen de minderjarige en haar moeder geschorst tot de uitspraak van de bodemrechter. De vader is ondanks toezeggingen geen bodemprocedure gestart. Mondeling arrest hof over opheffing van de schorsing, met vastlegging in proces-verbaal. Omgang tussen de moeder en haar minderjarige dochter is een fundamenteel recht van beiden. Door gebrek aan actuele informatie in combinatie met het feit dat de minderjarige en de moeder inmiddels geruime tijd geen contact hebben, kan het hof de gevolgen voor de minderjarige van onmiddellijke opheffing van de schorsing niet overzien. Kort geding biedt geen plaats voor nader onderzoek. De vader dient een bodemprocedure te starten. Schorsing van de zorgregeling wordt opgeheven indien de vader dit niet binnen vier weken doet.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk