JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2293Laag18/100

Belastingberoep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

ECLI:NL:GHDHA:2026:2293, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, BK-25/665 t/m BK-25/668

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 30 juni 2026Publicatie: 13 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/665 t/m BK-25/668
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Wajong
Niet Ontvankelijk
Termijnoverschrijding
Ambtshalve Vermindering
Ib Pvv

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aanslagen IB/PVV. Belanghebbende heeft voldoende gemotiveerd betwist dat de uitspraak op bezwaar is verzonden uiterlijk op de dag van dagtekening ervan De Inspecteur heeft geen bewijs van verzending overgelegd en daarmee niet aan zijn bewijslast voldaan. Het beroep moet ontvankelijk worden verklaard. Op basis van de door de Inspecteur overgelegde berekeningen stelt het Hof vast dat de aanslagen naar de juiste bedragen zijn opgelegd.

Kern van de zaak

Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte vrouw met schizofrenie (Wajong-uitkering) ging in beroep tegen de afwijzing van haar verzoek om ambtshalve vermindering en herziening van IB/PVV-aanslagen. Zij diende haar beroepsschrift te laat in. Zij voerde persoonlijke, financiële en gezondheidsgerelateerde omstandigheden aan als rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding.

Beslissing van de rechter

Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepstermijn was overschreden en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht. Het hof bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank; aan een inhoudelijke beoordeling van de grieven is niet toegekomen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke toepassing van een vaste rechtsregel over termijnoverschrijding zonder nieuwe juridische inzichten of precedentwerking; de uitkomst is voorspelbaar en individueel van aard.

Belangrijkste punten

  • 1Beroepstermijn was overschreden; rechtbank verklaarde beroep niet-ontvankelijk, hof bevestigt dit
  • 2Appellante beriep zich op chronische ziekte (schizofrenie), beperkte financiële middelen en moeite met het vinden van rechtsbijstand
  • 3Het Juridisch Loket had haar geïnformeerd over de indieningstermijn, maar zij slaagde er niet in tijdig te procederen
  • 4Inhoudelijke grieven over ambtshalve vermindering en herziening IB/PVV-aanslagen zijn niet beoordeeld
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van beroepstermijnen in het belastingprocesrecht: persoonlijke omstandigheden zoals ziekte en moeite met het vinden van rechtsbijstand leiden niet automatisch tot verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding. Dit is in lijn met de vaste rechtspraak op dit terrein.

Praktische impact

Voor kwetsbare belastingplichtigen met gezondheidsproblemen of beperkte financiële middelen onderstreept deze uitspraak het belang van tijdig handelen, ongeacht persoonlijke belemmeringen. De inhoudelijke bezwaren van appellante blijven onbehandeld, wat betekent dat de omstreden aanslagen definitief vaststaan.

Onderwerp-impact

Binnen het fiscale belastingrecht benadrukt deze zaak de harde grens van proceduretijdlijnen voor burgers zonder professionele rechtsbijstand, met name voor sociaal kwetsbare groepen die afhankelijk zijn van gesubsidieerde rechtshulp.

Samenvatting

In deze belastingzaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de vraag centraal of de overschrijding van de beroepstermijn door een gedeeltelijk arbeidsongeschikte vrouw verschoonbaar moet worden geacht. Appellante, die een Wajong-uitkering ontvangt en lijdt aan schizofrenie, had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek om ambtshalve vermindering en herziening van haar aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV). Zij diende haar beroepsschrift echter te laat in. Ter rechtvaardiging voerde zij aan dat zij pas een week na de briefdatum het besluit van de inspecteur had ontvangen, dat de feestdagen in december haar parten speelden, dat zij als gevolg van haar chronische ziekte overbelast was, dat zij moeilijk een belastingadviseur of advocaat kon vinden in haar regio, en dat haar financiële middelen onvoldoende waren om snel rechtsbijstand te bekostigen. De aanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand kent bovendien een beslistermijn van acht weken, waardoor tijdige hulp praktisch onmogelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het Gerechtshof Den Haag bevestigt dit oordeel. De persoonlijke en financiële omstandigheden van appellante, hoe begrijpelijk ook vanuit menselijk oogpunt, zijn onvoldoende om de overschrijding van de wettelijke beroepstermijn te verschonen. Aan de inhoudelijke beoordeling van haar grieven is het hof niet toegekomen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak illustreert de spanning tussen strikte procedurevereisten en de toegang tot de rechter voor kwetsbare burgers, maar verandert de geldende rechtsnormen niet.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied