BPM-naheffing deels verminderd bij tariefswijziging gebruikte auto's
ECLI:NL:GHDHA:2026:2289, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, BK-25/476 t/m BK-25/481
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Naheffingsaanslagen bpm. Tardiefverklaring nader stuk van de Inspecteur. Bruikbaarheid taxatierapport belanghebbende. Aanpassing historische nieuwprijs ter zake van één auto. Geen aanpassing handelsinkoopwaarden. Belanghebbende maakt waardeverminderingen wegens schade niet aannemelijk. Geen aanleiding voor hogere proceskostenvergoeding in de bezwaarfase
Kern van de zaak
Een importeur van gebruikte auto's uit Duitsland betwist BPM-naheffingsaanslagen opgelegd door de Belastingdienst. De kern van het geschil betreft de toepassing van het BPM-tarief bij tenaamstelling vlak na een tariefsverhoging per 1 januari 2019, alsmede de beoordeling van taxatierapporten ter onderbouwing van de afschrijving.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof bekrachtigt grotendeels de uitspraak van de rechtbank: de beroepen inzake auto 3 en 5 zijn gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen zijn verminderd (auto 3 tot € 2.988, auto 5 tot € 3.404), terwijl het beroep voor het overige ongegrond is verklaard. Doorslaggevend voor de vermindering van auto 5 is dat artikel 16a Wet Bpm meebrengt dat bij tenaamstelling binnen twee maanden na de tariefswijziging het lagere (2018-)tarief van toepassing is, resulterend in een bruto BPM van € 30.515 in plaats van € 31.622.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande wetgeving en jurisprudentie toe op een specifieke feitelijke situatie zonder nieuwe rechtsregels te stellen; de impact beperkt zich tot importeurs van gebruikte voertuigen in vergelijkbare omstandigheden.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 16a lid 1 Wet Bpm bepaalt dat bij tenaamstelling binnen twee maanden na een tariefwijziging het lagere (oude) tarief geldt.
- 2Het Hoge Raad-arrest van 17 november 2023 is niet van toepassing nu het hier een gebruikte (geen nieuwe) auto betreft, eerder toegelaten op de weg in Duitsland op 7 februari 2019.
- 3Verweerder hoefde uit het enkele meesturen van een taxatierapport bij de aangifte niet af te leiden dat het aanvinken van 'forfaitaire afschrijvingstabel' een kennelijke vergissing was.
- 4Blote ontkenning door verweerder op basis van foto's in het taxatierapport kan onder omstandigheden onvoldoende gemotiveerde betwisting zijn, maar rechtbank oordeelt dat verweerder hier niet gehouden was tot hertaxatie.
- 5Naheffingsaanslagen voor auto 3 en 5 worden verminderd; voor de overige auto's blijft de naheffing in stand.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat artikel 16a Wet Bpm strikt moet worden toegepast ten gunste van de belastingplichtige bij tenaamstelling kort na een tariefsverhoging, en onderscheidt daarbij expliciet de situatie van gebruikte auto's van de eerder door de Hoge Raad beoordeelde nieuwe auto's.
Praktische impact
Importeurs van gebruikte voertuigen die net na een BPM-tariefswijziging worden tenaamgesteld, kunnen aanspraak maken op het lagere tarief; zij dienen echter bij aangiften zorgvuldig het juiste vakje aan te vinken en taxatierapporten duidelijk als grondslag te benoemen.
Onderwerp-impact
Voor de automotive-importmarkt biedt deze uitspraak duidelijkheid over de grens tussen tarieftoepassing bij nieuwe en gebruikte voertuigen, maar heeft beperkte bredere sectorale impact nu het om een specifieke wettelijke overgangsregeling gaat.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag staan BPM-naheffingsaanslagen centraal die de Belastingdienst heeft opgelegd aan een importeur van meerdere gebruikte personenauto's uit Duitsland. De kern van het hoger beroep betreft twee samenhangende vragen: welk BPM-tarief is van toepassing wanneer een gebruikte auto kort na een tariefsverhoging op naam wordt gesteld, en mag de Belastingdienst een ingediend taxatierapport negeren omdat de importeur per abuis het verkeerde vakje in het aangifteformulier heeft aangevinkt? Ten aanzien van de tariefsvraag (auto 5) oordeelt het hof dat artikel 16a lid 1 Wet Bpm onverkort van toepassing is: wordt een voertuig binnen twee maanden na het begin van het kalenderjaar tenaamgesteld, dan geldt het lagere, vóór de verhoging geldende tarief. Daardoor bedraagt de bruto BPM € 30.515 in plaats van € 31.622, en wordt de naheffingsaanslag verminderd tot € 3.404. Het hof benadrukt uitdrukkelijk dat het Hoge Raad-arrest van 17 november 2023 — dat betrekking had op de inschrijving van een nieuwe auto — hier niet van toepassing is, omdat het om een gebruikte auto gaat die al op 7 februari 2019 in Duitsland was toegelaten. Voor het taxatierapport (auto 1) oordeelt de rechtbank — wiens oordeel het hof overneemt — dat verweerder niet verplicht was uit het meesturen van een taxatierapport af te leiden dat de keuze voor de forfaitaire afschrijvingstabel een vergissing was. De importeur had dit zelf moeten corrigeren. Uiteindelijk worden de naheffingsaanslagen voor auto 3 en 5 verminderd; voor de overige auto's blijft de naheffing in stand. De uitspraak heeft beperkte maar praktische betekenis voor importeurs van gebruikte voertuigen die vlak na een BPM-tariefsverhoging worden geregistreerd.