JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2042Laag28/100

Eenmanszaak niet als bron van inkomen aangemerkt bij aanhoudend verlies

ECLI:NL:GHDHA:2026:2042, Gerechtshof Den Haag, 27-05-2026, BK-25/817

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 27 mei 2026Publicatie: 24 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/817
Belastingrecht
Overheid
Dienstverlening
Inkomstenbelasting
Bron Van Inkomen
Objectieve Voordeelsverwachting
Eenmanszaak
Zzp

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Inkomstenbelasting. Short term consultant van de Wereldbank. Advieswerkzaamheden belanghebbende vormen bron van inkomen; geen tweede bron van inkomen. Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties stelt netto inkomsten vrij. Geschilpunten over kwalificatie bron van inkomen en toepassing mkb-winstvrijstelling behoeven geen behandeling.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige exploiteert een eenmanszaak en geeft over de jaren 2015-2023 structureel verlies aan. De inspecteur bestrijdt dat de werkzaamheden in 2018 een bron van inkomen vormen. Belanghebbende beroept zich op overmacht door een herseninfarct en de coronapandemie.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Doorslaggevend is dat de werkzaamheden van de eenmanszaak in 2018 niet voldoen aan de eis van een objectieve voordeelsverwachting, mede gelet op het jarenlange aaneengesloten verlies, het nagenoeg ontbreken van opdrachtgevers en de structurele negatieve resultaten over een lange reeks van jaren.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen de bestaande jurisprudentie over bronkwalificatie en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe; de impact beperkt zich tot belastingplichtigen in vergelijkbare feitelijke omstandigheden.

Belangrijkste punten

  • 1Een bron van inkomen vereist deelname aan het economische verkeer, subjectief voordeelinzicht én een objectieve voordeelsverwachting.
  • 2De objectieve voordeelsverwachting wordt primair beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden van het betreffende jaar, maar resultaten van andere jaren kunnen daarbij een rol spelen.
  • 3Structureel verlies over de jaren 2015-2023, nagenoeg één opdrachtgever en geen aangegeven resultaat in 2024 wegen zwaar mee.
  • 4Een beroep op overmacht (herseninfarct en coronapandemie) ontslaat de belastingplichtige niet van de verplichting een objectieve voordeelsverwachting aan te tonen.
  • 5De bewijslast voor feiten die de belastingschuld verlagen (hier: het bestaan van een bron van inkomen) rust op de belastingplichtige.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat aanhoudende verliezen en een minimale klantenbasis een objectieve voordeelsverwachting kunnen uitsluiten, ook wanneer de belastingplichtige overmacht aanvoert. Overmacht is op zichzelf onvoldoende om de bronvereisten te omzeilen.

Praktische impact

Ondernemers met structurele verliezen en een zeer beperkt klantenbestand lopen het risico dat de fiscus hun activiteiten niet als bron van inkomen erkent, waardoor verliezen fiscaal niet aftrekbaar zijn en eventuele aanspraken op ondernemersfaciliteiten vervallen.

Onderwerp-impact

Voor eenmanszaken en zzp'ers die tijdelijk sterk teruglopende inkomsten hebben door ziekte of externe crises biedt deze uitspraak weinig ruimte: de objectieve voordeelsverwachting moet ook in moeilijke jaren aantoonbaar aanwezig zijn.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag staat centraal of de werkzaamheden van belanghebbende voor zijn eenmanszaak in 2018 als een bron van inkomen kunnen worden aangemerkt. De inspecteur ontkent dit, onder verwijzing naar een reeks van aangegeven verliezen over de jaren 2015 tot en met 2023, het nagenoeg ontbreken van opdrachtgevers (slechts één structurele opdrachtgever in de jaren 2016-2018), en het uitblijven van enig resultaat in 2024. Belanghebbende voert aan dat zijn teruglopende werkzaamheden het gevolg zijn van een herseninfarct in mei 2018 en de nadien uitgebroken coronapandemie, en dat hem dit als overmacht niet kan worden tegengeworpen. Het hof stelt voorop dat voor het bestaan van een bron van inkomen vereist is dat sprake is van deelname aan het economische verkeer, een subjectief oogmerk op voordeel, en een objectieve voordeelsverwachting. Niet in geschil is dat aan de eerste twee vereisten is voldaan. Het debat spitst zich toe op de objectieve voordeelsverwachting, die in beginsel moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van het jaar zelf, waarbij resultaten van andere jaren aanvullende informatie kunnen bieden. Het hof oordeelt dat de objectieve voordeelsverwachting in 2018 ontbreekt. De jarenlange reeks van verliezen, het vrijwel uitblijven van nieuwe opdrachten en het ontbreken van enig positief resultaat ook na 2018 ondersteunen dit oordeel. De overmachtsituatie waarop belanghebbende zich beroept, doet aan dit objectieve oordeel niet af: de vraag of voordeel redelijkerwijs verwacht kan worden is een feitelijke toets die losstaat van de persoonlijke omstandigheden die tot de tegenvallende resultaten hebben geleid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, nu de civiele rechter daarvoor de aangewezen weg is.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1270Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1270, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03379

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden