JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:1919Laag28/100

Beroep sectorindeling sociale verzekeringen ongegrond verklaard

ECLI:NL:GHDHA:2026:1919, Gerechtshof Den Haag, 16-04-2026, BK-25/43

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 16 april 2026Publicatie: 10 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/43
Belastingrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Sectorindeling
Wfsv
Herzieningsbevoegdheid
Sociale Verzekeringen
Wet Arbeidsmarkt In Balans

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 97, lid 2, Wfsv: verzoek om herziening indelingsbeslissing; geen terugwerkende kracht bij de wijziging sectorindeling; geen schending van art. 1 EP EVRM door het niet met terugwerkende kracht herzien van de sectoraansluiting; geen schending van het gelijkheidsbeginsel.

Kern van de zaak

Een werkgever heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van de Inspecteur over zijn sectorindeling in het kader van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De werkgever is het niet eens met de (gewijzigde) sectorindeling of de ingangsdatum daarvan. De zaak draait om de vraag of de inspecteur bevoegd was de sectorindeling te herzien en met terugwerkende kracht te laten ingaan.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur. De doorslaggevende reden is dat sectorindeling van rechtswege plaatsvindt op grond van artikel 96 Wfsv, en dat de herzieningsbevoegdheid van de inspecteur op grond van artikel 97, lid 4, Wfsv correct is toegepast binnen de wettelijke kaders.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een toepassing van bestaande wettelijke regels rondom sectorindeling en herzieningsbevoegdheid zonder dat nieuwe rechtsvragen worden beantwoord of richtinggevende normen worden gesteld. De uitspraak is relevant voor de betrokken werkgever maar heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Sectorindeling onder de Wfsv vindt van rechtswege plaats; de werkgever is automatisch aangesloten bij de sector die past bij zijn werkzaamheden (art. 96 Wfsv).
  • 2Ingevolge de Wet arbeidsmarkt in balans (ingangsdatum 20 juni 2019) geldt dat een gewijzigde sectorindeling in beginsel niet eerder ingaat dan de datum van het herzieningsverzoek of de ambtshalve constatering.
  • 3De inspecteur heeft herzieningsbevoegdheid met terugwerkende kracht (art. 97 lid 4 Wfsv) indien de onjuiste indeling aan de werkgever toerekenbaar is of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn, en de werkgever daardoor is bevoordeeld.
  • 4De herzieningsbevoegdheid werkt uiterlijk terug tot 1 januari van het betreffende jaar en vervalt na vijf jaren na einde van dat kalenderjaar.
  • 5Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling; het beroep wordt volledig ongegrond verklaard.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de reikwijdte van de herzieningsbevoegdheid van de inspecteur bij sectorindeling op grond van artikel 97 lid 4 Wfsv, inclusief de toepassingsvoorwaarden voor terugwerkende kracht. De uitspraak verduidelijkt dat het van-rechtswege-karakter van sectorindeling niet afdoet aan de bevoegdheid tot ambtshalve correctie ten nadele van een bevoordeelde werkgever.

Praktische impact

Werkgevers die mogelijk onjuist zijn ingedeeld in een sector en daardoor een te lage premielast hebben gedragen, kunnen geconfronteerd worden met een herzieningsbeschikking met aanzienlijke terugwerkende kracht. Het is voor werkgevers van belang om de juistheid van hun sectorindeling proactief te beoordelen en eventuele onjuistheden tijdig te melden.

Onderwerp-impact

In de sfeer van arbeidsmarktregelgeving en sociale verzekeringen bevestigt deze uitspraak dat de aangescherpte herzieningsregels na de Wet arbeidsmarkt in balans strikt worden toegepast, wat relevant is voor werkgevers in diverse sectoren die te maken hebben met premiedifferentiatie.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag stond de sectorindeling van een werkgever in het kader van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) centraal. De werkgever had beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur, die de sectorindeling had herzien. De kernvraag was of de Inspecteur bevoegd was de beschikking te herzien en of de herziene sectorindeling terecht met terugwerkende kracht was vastgesteld. Het Hof stelde voorop dat sectorindeling op grond van artikel 96 Wfsv van rechtswege plaatsvindt: een werkgever is automatisch aangesloten bij de sector die aansluit bij de werkzaamheden in zijn onderneming. De indeling en ingangsdatum worden bij voor bezwaar vatbare beschikking meegedeeld door de inspecteur. Na de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 20 juni 2019 is artikel 97 Wfsv aangescherpt. Een gewijzigde sectorindeling kan in beginsel niet eerder ingaan dan de datum waarop de werkgever om herziening heeft verzocht of de inspecteur ambtshalve heeft geconstateerd dat de indeling onjuist is. Een uitzondering geldt op grond van artikel 97 lid 4 Wfsv: de inspecteur mag de beschikking met terugwerkende kracht herzien indien de onjuiste indeling toerekenbaar is aan de werkgever of redelijkerwijs kenbaar had moeten zijn, en de werkgever daardoor is bevoordeeld. De herzieningsbevoegdheid werkt terug tot uiterlijk 1 januari van het betreffende jaar en vervalt na vijf jaar. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur binnen deze wettelijke kaders heeft gehandeld en verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond. Een proceskostenveroordeling achtte het Hof niet op zijn plaats. De uitspraak bevestigt de werking van de herzieningsregels onder de Wfsv en onderstreept het belang voor werkgevers om hun sectorindeling nauwkeurig te bewaken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied