JurispRadar
ECLI:NL:GHARL:2026:5216Laag10/100

ECLI:NL:GHARL:2026:5216, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-08-2026, 200.367.537

InstantieUitspraak: 11 augustus 2026Publicatie: 11 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.367.537

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verzet vaststelling griffierecht. Artikel 29 Wgbz. Uit de dagvaarding in hoger beroep volgt dat [appellanten] wil dat haar vorderingen in conventie alsnog worden toegewezen en de vorderingen in reconventie alsnog worden afgewezen. Bij het bepalen van het griffierecht worden de waardes van de vorderingen in conventie en reconventie in dit geval dus bij elkaar opgeteld, nu het hoger beroep zich tegen beide beslissingen van de rechtbank richt, zowel die in conventie als die in reconventie. In de onderhavige zaak zijn in conventie meerdere verklaringen voor recht gevorderd die niet zijn gerelateerd aan een financiële waarde. In zoverre vertegenwoordigen deze vorderingen een ‘onbepaalde waarde’. Echter, in reconventie zijn meerdere verklaringen voor recht gevorderd die wél een financiële waarde vertegenwoordigen: te weten een bedrag van in totaal meer dan € 100.000,- (de hoogste categorie uit de tabel behorend bij artikel 3 lid 5 Wgbz). Bij die categorie hoort een griffierecht van € 14.007,-, zijnde het bedrag dat de griffier heeft vastgesteld. Het verzet is ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk