Vader verwijtbaar inkomensverlies: kinderalimentatie niet verlaagd
ECLI:NL:GHAMS:2026:2608, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.361.428/01, 200.361.428/02 en 200.361.428/03
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)kinderalimentatie, verwijtbaar inkomensverlies, verdiencapaciteit.
Kern van de zaak
Een vader beëindigde vrijwillig zijn arbeidsovereenkomst eind februari 2026 vanwege lichamelijke klachten en wilde als ZZP-er verder, maar vond tot half augustus 2026 geen werk. De rechtbank had de kinderalimentatie op nihil gesteld; zowel vader als moeder gingen in hoger beroep. De moeder verzocht om € 258,- per maand kinderalimentatie voor drie kinderen.
Beslissing van de rechter
Het hof oordeelt dat sprake is van verwijtbaar inkomensverlies aan de zijde van de vader, omdat hij zijn baan ondoordacht heeft opgezegd in plaats van zich ziek te melden. Omdat het verlies verwijtbaar is, wordt bij de bepaling van de draagkracht uitgegaan van het oorspronkelijke inkomen van de vader; de verlaging van de alimentatie op nihil wordt daarmee niet gevolgd.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen een bestaande, vaste rechtslijn rondom verwijtbaar inkomensverlies in alimentatiezaken en stelt geen nieuwe rechtsregels; de relevantie is beperkt tot de concrete zaak en vergelijkbare gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Vrijwillig ontslag nemen terwijl bijstandsaanvraag of ziekmelding tot de mogelijkheden behoorde, levert verwijtbaar inkomensverlies op.
- 2Toetsingskader: is het verlies verwijtbaar én had de onderhoudsplichtige zich dienen te onthouden van de inkomensverminderende gedraging gelet op de belangen van de onderhoudsgerechtigden?
- 3Het hof gaat bij verwijtbaar inkomensverlies uit van het fictieve oorspronkelijke inkomen voor de draagkrachtberekening.
- 4De vader heeft niet aangetoond waarom hij niet eerder ander werk heeft gezocht of een aanvullende uitkering heeft aangevraagd.
- 5De uitspraak betreft kinderalimentatie voor drie kinderen; de moeder verzocht € 258,- per maand in totaal.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat vrijwillige beëindiging van dienstverband door een onderhoudsplichtige, zonder deugdelijke reden en zonder alternatieve inkomensmaatregelen, als verwijtbaar inkomensverlies wordt gekwalificeerd en geen grond biedt voor nihilstelling van alimentatie. Dit biedt jurisprudentiële steun voor rechters die de fictieve inkomenstoets strikt hanteren.
Praktische impact
De vader kan zich niet succesvol beroepen op zijn lagere feitelijke inkomen als ZZP-er om de alimentatieverplichting te verlagen; hij blijft gehouden alimentatie te betalen op basis van zijn vroegere inkomen, ook al verdient hij dat momenteel niet meer.
Onderwerp-impact
Voor ouders in alimentatiezaken betekent deze uitspraak dat een bewuste carrièrestap of ontslag zonder aantoonbare noodzaak en zonder alternatieve inkomensmaatregelen zwaar kan wegen bij de beoordeling van de draagkracht voor kinderalimentatie.
Samenvatting
In deze hoger beroepzaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat de vraag centraal of een vader terecht een verlaging van zijn kinderalimentatieverplichting kan claimen nadat hij vrijwillig zijn baan opgaf. De vader had eind februari 2026 zelf zijn arbeidsovereenkomst beëindigd, naar eigen zeggen wegens lichamelijke klachten, met de bedoeling als ZZP-er verder te gaan. Dit lukte hem echter niet: van 1 maart tot half augustus 2026 wist hij geen opdrachten te verwerven. De rechtbank had de kinderalimentatie eerder op nihil gesteld, maar zowel de vader als de moeder kwamen hiertegen in hoger beroep. De moeder verzocht om een bijdrage van € 258,- per maand voor drie kinderen. Het hof past het toetsingskader toe voor verwijtbaar inkomensverlies: is het verlies te wijten aan de onderhoudsplichtige zelf, en had hij zich, gelet op zijn verhouding tot de onderhoudsgerechtigden, van die gedraging moeten onthouden? Het hof oordeelt dat de vader een ondoordachte keuze heeft gemaakt door zijn dienstverband op te zeggen in plaats van zich ziek te melden. Hij heeft niet toegelicht waarom hij geen ander werk heeft gezocht of een aanvullende bijstandsuitkering heeft aangevraagd. Gelet op zijn verplichting als onderhoudsplichtige en de belangen van de kinderen, had hij deze stap niet mogen zetten. Het hof kwalificeert het inkomensverlies dan ook als verwijtbaar en gaat bij de berekening van de draagkracht uit van het fictieve, oorspronkelijke inkomen van de vader. De nihilstelling door de rechtbank wordt daarmee van tafel geveegd. De uitspraak bevestigt de bestaande rechtslijn dat een alimentatieplichtige die zelf zijn inkomen verlaagt zonder goede reden, de financiële consequenties van die keuze niet kan afwentelen op de onderhoudsgerechtigde kinderen.