Partneralimentatie beëindigd wegens samenwoning ex-vrouw met nieuwe partner
ECLI:NL:GHAMS:2026:2397, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.362.182/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)geslaagd beroep op art. 1:160 BW, bekrachtiging beschikking rechtbank
Kern van de zaak
Een gescheiden vrouw ontvangt partneralimentatie van haar ex-man. De man vordert beëindiging van de alimentatieverplichting op grond van artikel 1:160 BW, omdat de vrouw is gaan samenleven met een nieuwe partner. De vrouw stelt dat de samenwoning tijdelijk en uit noodzaak is ontstaan.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het beroep van de man toe en oordeelt dat de partneralimentatie is geëindigd op grond van artikel 1:160 BW. Doorslaggevend is dat de vrouw bewust haar huurwoning heeft opgezegd zonder uitzicht op eigen woonruimte, terwijl zij financieel voldoende in staat was de huur te blijven betalen, en sindsdien feitelijk duurzaam samenwoont met haar partner.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande rechtspraak rondom artikel 1:160 BW toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de impact is beperkt tot de specifieke casus en vergelijkbare gevallen waarin samenwoning bewust wordt geconstrueerd.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 1:160 BW vereist een affectieve relatie van duurzame aard, samenwoning en wederzijdse verzorging met gemeenschappelijke huishouding.
- 2De vrouw woont aantoonbaar sinds december 2024 samen met haar partner; een feitelijke samenwoning staat vast.
- 3Het verweer dat de samenwoning tijdelijk en uit noodzaak is ontstaan, wordt verworpen omdat de vrouw haar huurwoning bewust opzegde zonder noodzaak.
- 4De vrouw kon de huur van €900,- per maand financieel dragen gelet op haar WIA-uitkering, aanvullende uitkering en ontvangen partneralimentatie, plus een overbedelingsvergoeding van €130.000,-.
- 5Het ontbreken van bewijs voor financiële nood en huurverhoging werkt in het nadeel van de vrouw.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strenge toepassing van artikel 1:160 BW: een alimentatiegerechtigde kan niet via een bewuste opzegging van de eigen woning een beroep doen op 'gedwongen' samenwoning om de werking van dit artikel te omzeilen. Rechters toetsen kritisch of de gestelde noodzaak voor samenwoning daadwerkelijk bestaat.
Praktische impact
De vrouw verliest haar recht op partneralimentatie. Voor alimentatiegerechtigden die samenwonen is het van groot belang om aan te tonen dat er geen sprake is van duurzame samenwoning; het vrijwillig opgeven van eigen woonruimte kan dit bewijs ondermijnen.
Onderwerp-impact
In echtscheidingszaken met lopende alimentatieverplichtingen onderstreept deze uitspraak dat rechters de financiële omstandigheden van de alimentatiegerechtigde nauwkeurig beoordelen bij een beroep op artikel 1:160 BW.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat de vraag centraal of de partneralimentatieverplichting van de ex-man jegens zijn voormalige echtgenote is geëindigd op grond van artikel 1:160 BW. Dit artikel bepaalt dat de alimentatieplicht eindigt wanneer de alimentatiegerechtigde opnieuw gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. De vrouw heeft een relatie van zes jaar met haar huidige partner en verblijft, nadat zij in december 2024 haar huurwoning opzegde, sindsdien bij hem. Zij betoogt dat deze samenwoning tijdelijk en uit financiële noodzaak is ontstaan, omdat haar huur zou worden verhoogd en zij die niet meer kon betalen. Het hof verwerpt dit verweer. In de eerste plaats staat vast dat er sprake is van een affectieve relatie van duurzame aard en van feitelijke samenwoning, twee van de vereiste elementen voor toepassing van artikel 1:160 BW. Ten aanzien van het beroep op noodzaak oordeelt het hof dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat zij financieel niet in staat was de huur van €900,- per maand te blijven voldoen. Zij ontving naast een WIA-uitkering van ruim €2.572,- bruto per maand ook een aanvullende uitkering en partneralimentatie. Bovendien beschikte zij over een overbedelingsvergoeding van €130.000,-. Bewijsstukken over een daadwerkelijke huurverhoging of financiële nood ontbraken volledig. Het hof concludeert dat de vrouw bewust haar woning heeft opgegeven zonder noodzaak en zonder uitzicht op nieuwe woonruimte. De gestelde tijdelijkheid van de samenwoning wordt dan ook niet aanvaard. Het hof wijst de vordering van de man toe: de partneralimentatie is geëindigd op grond van artikel 1:160 BW. De vrouw wordt tevens veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.